Kort antwoord
De basis van elk rantsoen is ruwvoer: gras, hooi of voordroogkuil. De Gids voor Goede Praktijken van de Sectorraad Paarden adviseert minimaal 1,5 procent van het lichaamsgewicht aan droge stof uit ruwvoer per dag, voor een paard van 600 kilo zo'n 11 kilo hooi. Zorg daarnaast altijd voor vers water en zout, en geef krachtvoer alleen als je paard met ruwvoer alleen niet genoeg energie krijgt.
- Ruwvoer per dag
- Minimaal 1,5% van het lichaamsgewicht (droge stof)
- Paard van 600 kg
- Ongeveer 11 kg hooi
- Zonder ruwvoer
- Niet langer dan 6 uur
- Water
- Altijd vers beschikbaar
Ruwvoer als basis van het rantsoen
Een paard heeft een relatief kleine maag en een lange darm die is ingericht op het langzaam verteren van vezels. Daarom vormt ruwvoer de basis van het rantsoen: vers gras, hooi of voordroogkuil.
De Gids voor Goede Praktijken van de Sectorraad Paarden adviseert per dag minimaal 1,5 procent van het lichaamsgewicht aan ruwvoer, gerekend in droge stof. De KNHS noemt een bandbreedte van 1 tot 1,5 procent; houd 1,5 procent aan als ondergrens, tenzij je dierenarts voor jouw paard iets anders adviseert. Droge stof is het voer zonder het vocht erin. Omdat vers gras veel meer water bevat dan hooi, verschilt het gewicht dat je voert flink:
| Paard van 600 kilo | Per dag |
|---|---|
| Droge stof uit ruwvoer | minimaal 9 kilo |
| Omgerekend naar hooi (zo'n 85 procent droge stof) | ongeveer 11 kilo |
| Omgerekend naar vers gras | ruwweg 35 tot 60 kilo, afhankelijk van hoe nat het gras is |
Voor een pony of een lichter paard reken je naar verhouding. Weet je het gewicht van je paard niet precies, laat het dan wegen of vraag je dierenarts om een schatting. Een weegband geeft een ruwe indicatie.
Minstens zo belangrijk als de hoeveelheid is de spreiding over de dag. De Dierenbescherming hanteert als regel dat een paard niet langer dan zes uur zonder ruwvoer mag staan. Een paard maakt voortdurend maagzuur aan, en kauwen levert speeksel dat dat zuur buffert. Lange eetpauzes vergroten daardoor de kans op maagproblemen. Staat je paard 's nachts lang zonder hooi, dan helpt een hooinet of slowfeeder om de eettijd te verlengen.
Krachtvoer: alleen als het nodig is
Krachtvoer, zoals brokken, muesli of granen, levert geconcentreerde energie. Volgens de KNHS komt het in beeld wanneer een paard werk verricht waarvoor ruwvoer alleen onvoldoende energie levert. Voor veel paarden met licht werk is goed ruwvoer, aangevuld met vitaminen en mineralen, voldoende. Twijfel je, overleg dan met je dierenarts of een specialist in diervoeding.
Krijgt je paard wel krachtvoer, houd dan deze vuistregels aan:
- Kleine porties. Verdeel krachtvoer over meerdere kleine maaltijden per dag. Een grote hoeveelheid zetmeelrijk voer in een keer kan de balans van de micro-organismen in de dikke darm verstoren.
- Geleidelijk wisselen. Bouw een nieuw voer rustig op over een of twee weken. Plotselinge voerwissels zijn een bekende risicofactor voor koliek.
- Weeg het voer. Voer op gewicht en niet op maatbeker. Een schep muesli weegt iets anders dan een schep brokken.
- Sluit de voerton goed af. Een paard dat een voerton leegeet, loopt kans op koliek en hoefbevangenheid.
De voeradviezen op een verpakking gaan uit van een gemiddeld paard. Kijk daarom vooral naar de conditie van je eigen paard en stuur bij.
Water, zout en mineralen
Een paard moet altijd vers drinkwater tot zijn beschikking hebben. In het Nederlandse klimaat drinkt een paard grofweg 20 tot 55 liter per dag. Hoeveel precies, hangt af van het weer, het werk en het voer: een paard op vers gras krijgt al veel vocht binnen, een paard op hooi drinkt meer. De KNHS noemt dat een paard bij warm zomerweer soms wel 50 liter per dag drinkt.
Controleer in de wei dagelijks of de drinkbak werkt en schoon is, en in de winter of het water niet bevroren is. De Dierenbescherming stelt dat een paard in de wei niet langer dan vier uur zonder water mag staan.
Zout. Paarden verliezen zout via hun zweet. Met een liksteen of zoutblok in stal of wei kan je paard dat zelf aanvullen. Zweet je paard flink, bijvoorbeeld op warme dagen of na een zware training, dan adviseert de KNHS om naast water ook elektrolyten te geven.
Mineralen en vitaminen. Ruwvoer levert niet altijd alle mineralen en vitaminen die je paard nodig heeft, en de samenstelling verschilt per partij. Met een ruwvoeranalyse weet je wat je voert. Veel eigenaren vullen aan met een mineralenmengsel of een balancer: een geconcentreerd voer met vitaminen, mineralen en eiwit in een kleine portie.
Conditiescore en overgewicht
Volgens het Universitair Dierenziekenhuis in Utrecht heeft ongeveer de helft van de recreatiepaarden in Nederland overgewicht. Dat is meer dan een schoonheidsfoutje: overgewicht hangt samen met insulinedysregulatie en vergroot de kans op hoefbevangenheid.
Met een conditiescore beoordeel je of je paard te dik of te dun is. Veel gebruikt is de schaal van Henneke, van 1 (uitgemergeld) tot 9 (zeer dik). Je voelt en kijkt naar de vetbedekking op de hals, de schoft, de rug, de staartaanzet, de ribben en de plek achter de schouder. Rond het midden van de schaal zit een paard goed in conditie: de ribben voel je dan makkelijk, maar je ziet ze niet.
Een vetkam op de hals of vetkussens bij de staartaanzet zijn signalen om serieus te nemen. Rassen die van oorsprong op schraal voer leefden, zoals shetlanders, haflingers, tinkers, Friese paarden, dartmoors en welsh cobs, zijn gevoeliger voor overgewicht en het equine metabool syndroom (EMS).
Moet je paard afvallen, doe dat dan geleidelijk en in overleg met je dierenarts. Het Universitair Dierenziekenhuis noemt een tempo van ongeveer 1 procent van het lichaamsgewicht per week, voor een paard van 500 kilo zo'n 5 kilo. Ga daarbij niet op eigen houtje ver onder de richtlijn voor ruwvoer zitten. Zelfs voor hoefbevangen paarden met blijvend overgewicht noemt de leidraad voor Nederlandse paardendierenartsen ongeveer 1 tot 1,2 procent droge stof als ondergrens, en ook dan is de kans op tekorten aanzienlijk. Zet daarom eerst in op meer beweging en suikerarm hooi.
Voorjaarsgras en suikers
Gras lijkt het meest natuurlijke voer, maar Nederlands weidegras is voedzaam en kan veel suikers bevatten. Vooral in het voorjaar, en na koude nachten gevolgd door zonnige dagen, kan het gehalte aan fructaan hoog oplopen. Fructaan is een suiker die het gras onder invloed van zonlicht aanmaakt en gebruikt om te groeien. Bij nachtvorst groeit het gras 's nachts nauwelijks, waardoor er meer fructaan in de plant achterblijft. Ook gras dat stress heeft door droogte of doordat het kort is afgegraasd, kan veel fructaan bevatten.
Voor een gezond paard draait het om geleidelijk wennen. Begin in het voorjaar met korte periodes weidegang, bijvoorbeeld een kwartier per dag, en bouw dat in een paar weken op.
Paarden met overgewicht, EMS, PPID of eerdere hoefbevangenheid zijn extra gevoelig. Voor hen kan beperkte weidegang met een graasmasker of strookbegrazing nodig zijn, of tijdelijk helemaal geen weidegang. Maak daar afspraken over met je dierenarts.
Supplementen: eerst het basisrantsoen
Het aanbod aan supplementen is groot, van kruidenmengsels tot producten voor gewrichten, hoeven of spijsvertering. Begin er pas aan als het basisrantsoen klopt. Een supplement lost geen tekort aan ruwvoer op, en een onbalans in het rantsoen corrigeer je niet als je niet weet waar die zit.
Een logische volgorde is:
- Zorg voor voldoende ruwvoer van goede kwaliteit en weet wat erin zit, bij voorkeur via een ruwvoeranalyse.
- Vul ontbrekende vitaminen en mineralen aan met een breed mineralenmengsel of een balancer.
- Overweeg daarna pas een specifiek supplement, met een duidelijk doel en in overleg met je dierenarts.
Stapel geen producten op elkaar. Sommige vitaminen en mineralen zijn schadelijk als je paard er via meerdere producten te veel van binnenkrijgt. Rijd je wedstrijden, vraag dan bij twijfel aan je dierenarts of een product geschikt is voor paarden die aan wedstrijden meedoen.
