Kort antwoord
Bij springen leg je met je paard een parcours af: een reeks hindernissen in een vaste volgorde, binnen een toegestane tijd. Je begint met balken op de grond en cavaletti, daarna volgen kleine sprongen en korte lijnen. Bij de KNHS kun je al vanaf 30 centimeter starten, en een balk eraf kost 4 strafpunten.
- Instaphoogte KNHS
- 30 cm, voor pony's en paarden
- Klassen paarden
- 0.30 tot 1.50 m
- Balk eraf
- 4 strafpunten
- Rijstijl verplicht
- eerste parcours, paarden t/m 1.05 m
Wat is springen?
In het springen leg je met je paard een parcours van hindernissen af, in een vaste volgorde en binnen een toegestane tijd. Een balk die valt, een weigering of te veel tijd kosten strafpunten. Wie foutloos blijft, gaat vaak door naar een barrage: een verkorte ronde waarin ook de tijd meetelt.
Een goede sprong begint niet bij de hindernis, maar bij de aanloop. Een paard moet in een regelmatig galopritme en in balans op de sprong afkomen om goed te kunnen afzetten. Springen is daardoor voor een groot deel vlakwerk: jij bepaalt de lijn, het tempo en de balans, het paard zoekt het afzetpunt. Een ruiter die voor de sprong gaat trekken of duwen, verstoort juist dat ritme.
Je komt verschillende soorten hindernissen tegen. Een steilsprong is een rechte sprong waarbij alle balken aan de afzetkant in hetzelfde vlak liggen. Een breedtesprong, ook wel oxer genoemd, moet je in de hoogte en de breedte springen. Een triple bar heeft drie oplopende balken. Daarnaast zijn er combinaties van twee of drie sprongen vlak na elkaar, met een of twee galopsprongen ertussen.
Van cavaletti naar parcours
Springen leer je in kleine stappen. De eerste stap zijn grondbalken: losse balken op de grond waar je in stap, draf en galop overheen rijdt. Je paard leert daarmee zijn passen te regelen, en jij leert je ritme vast te houden en vooruit te kijken naar de volgende balk.
Daarna volgen cavaletti: balken op lage steunen of kruizen, net boven de grond. Ze vragen iets meer coördinatie en rugwerk van het paard, zonder dat het echt hoeft te springen. Een instructeur zet ze vaak in een rij met aan het eind een klein sprongetje, zodat het paard vanzelf op de juiste afstand uitkomt.
Voel je je zeker in de lichte zit (je komt iets naar voren uit het zadel en laat je gewicht zakken in je hielen), dan kun je kleine kruisjes en steilsprongen gaan springen. Pas daarna komen lijnen van twee sprongen en uiteindelijk een klein parcours. Verhoog de sprongen pas als het ritme en de lijnen goed gaan. Een fout op 50 centimeter is een leermoment; dezelfde fout op een meter kan een weigering of een val opleveren, en dat kost vertrouwen bij jou en je paard.
Plan springtraining bewust. Houd sessies kort, eindig op een goede sprong en wissel springdagen af met vlakwerk en buitenritten. Twijfel je of je paard fit genoeg is om te springen, overleg dan met je dierenarts of instructeur.
Klassen en hoogtes bij de KNHS
Vroeger werkte de springsport met de letters B, L, M, Z en ZZ. Sinds 2022 heeft de KNHS de klassen genoemd naar hun hoogte. De instap ligt voor alle categorieën op 30 centimeter, zodat ook kinderen en ruiters met weinig ervaring kunnen meedoen zonder zich te laten afschrikken door de hoogte. Daarna gaat het in stappen van 10 centimeter omhoog, met in de hogere klassen tussenhoogtes van 1.05, 1.15 en 1.25 meter.
Voor paarden lopen de klassen van 0.30 tot 1.50 meter. Pony's zijn ingedeeld in categorieën A tot en met E. Voor A- en B-pony's gaan de klassen tot 0.70 meter, voor C-pony's tot 1.00 meter en voor D- en E-pony's tot 1.30 meter.
In de lagere klassen staat leren centraal. Bij pony's tot en met 0.60 meter (A en B), 0.70 meter (C) en 0.80 meter (D en E) en bij paarden tot en met 1.05 meter is het eerste parcours altijd een rijstijlwedstrijd. Een jurylid geeft dan cijfers voor je manier van rijden, je houding en zit en de algemene indruk, met maximaal 100 stijlpunten. Fouten tellen daarnaast gewoon mee.
De strafpunten zijn in de basis eenvoudig. Een balk eraf of een eerste weigering kost 4 strafpunten. Een tweede weigering kost in de klassen tot en met 1.15 meter 8 strafpunten en betekent vanaf 1.20 meter uitsluiting. Een derde weigering of een val van paard of ruiter betekent altijd uitsluiting. Overschrijd je de toegestane tijd, dan krijg je 1 strafpunt per begonnen 4 seconden.
Veilig springen
Bij springen ben je sneller en hoger van de grond dan bij vlakwerk, dus veiligheid verdient extra aandacht. Een veiligheidshoofddeksel dat voldoet aan de laatst gepubliceerde norm is bij KNHS-wedstrijden verplicht voor iedereen die te paard op het terrein is. Draag die cap ook thuis, bij elke les en elke sprong. Een bodyprotector of airvest is bij springwedstrijden toegestaan en beschermt romp en rug extra.
Let op je schoeisel. Volgens het reglement moet de combinatie van beugel en rijlaars of jodhpurlaars zo zijn dat je voet in nood vrij uit de beugel kan. Voor het paard worden vaak peesbeschermers of springschoenen gebruikt tegen aantikken.
Bouw sprongen met materiaal dat meegeeft. Op wedstrijden moet de achterste balk van een breedtesprong op goedgekeurde veiligheidsbeugels liggen, zodat hij bij een aantik makkelijk valt. Thuis geldt hetzelfde principe: gebruik balken die kunnen vallen en laat geen lege lepels uitsteken. Spring nooit alleen: zorg dat er iemand in de buurt is die kan helpen als het misgaat. Meer algemene tips lees je op onze pagina over veilig paardrijden.
Hoe begin je met springen?
De meeste ruiters leren springen op de manege, in groeps- of privélessen met een instructeur die de sprongen aanpast aan jouw niveau. Heb je een stabiele zit in draf en galop en kun je je paard sturen zonder aan de teugels te hangen, dan ben je klaar voor grondbalken en cavaletti.
In de KNHS-ruiteropleiding eindigt de bronsfase in het springen op S80-niveau. In de zilverfase ga je verder van BB60 tot en met L. Zo'n opleiding geeft houvast, omdat je per stap weet wat je moet beheersen voordat de sprongen hoger worden.
Wil je wedstrijden rijden met een eigen paard of een leasepaard, dan kun je bij de KNHS instappen op 30, 40 of 50 centimeter. In die lage klassen telt de rijstijl zwaar mee. Een clubwedstrijd of trainingsparcours is een goede eerste stap, zodat je paard went aan een vreemde omgeving. Paarden mogen in de lagere klassen vanaf 4 jaar starten; voor de hoogste klassen gelden hogere minimumleeftijden.
Zoek je een plek om te leren? Veel maneges geven springles, soms ook als clinic. Kijk bij maneges met springles in jouw regio.
