Kort antwoord
Borstel je paard bij voorkeur elke dag en houd een vaste volgorde aan: eerst de hoeven uitkrabben, dan met de roskam in rondjes het vuil losmaken, daarna afborstelen met de haargroei mee en tot slot manen, staart en hoofd. Gebruik de poetsbeurt ook om huid en benen te controleren op wondjes, warmte en zwellingen.
- Hoe vaak
- Dagelijks borstelen
- Eerste stap
- Hoeven uitkrabben
- Rui
- Twee keer per jaar
- Wassen
- Lauw water, milde shampoo
De dagelijkse poetsroutine in vaste volgorde
Een vaste volgorde voorkomt dat je stappen overslaat, en je paard went eraan. Deze route sluit aan bij het advies van de KNHS:
- Hoeven uitkrabben. Begin met de hoeven, zodat je steentjes en beginnende problemen meteen ziet.
- Roskam. Maak met de rubberen roskam in stevige, draaiende bewegingen vuil en losse haren los. Begin links bij de hals en werk via boeg, schouder, rug, buik en kruis naar de dijen. Gebruik hem op de vlezige, bespierde delen.
- Harde borstel. Veeg bij modder of een dikke vacht met korte streken het losgemaakte vuil weg, met de haargroei mee.
- Zachte borstel. Haal het fijne stof weg. Veeg de borstel na elke paar streken af aan de roskam, anders borstel je het stof weer terug.
- Manen en staart. Borstel de manen uit en pluis de staart los.
- Hoofd en achterkant. Maak ogen, neus en de huid onder de staart schoon met een vochtige spons.
Daarna doe je hetzelfde aan de rechterkant. Wees extra grondig op de plekken waar zadel, singel en hoofdstel komen: een klit of opgedroogde modder onder het zadel gaat schuren. De Dierenbescherming adviseert om de vacht dagelijks te borstelen. Ook een paard dat je die dag niet rijdt, heeft baat bij die aandacht, omdat je zo elke dag even alles nakijkt.
Welke borstel gebruik je waarvoor?
Je hebt geen grote poetskist nodig. Met deze basis kom je een heel eind:
| Poetsmiddel | Waarvoor | Let op |
|---|---|---|
| Rubberen roskam | Vuil en losse haren losmaken met draaiende bewegingen | Alleen op de bespierde delen, niet op hoofd en knokige onderbenen |
| Metalen roskam | Je borstels schoonmaken tijdens het poetsen | Vooral bedoeld voor de borstels, niet voor de vacht |
| Harde borstel | Opgedroogde modder en losgemaakt vuil wegvegen | Voorzichtig op gevoelige plekken en niet op het hoofd |
| Zachte borstel | Fijn stof, hoofd, benen en gevoelige paarden | Regelmatig afvegen aan de roskam |
| Hoevenkrabber | Hoeven uitkrabben | Niet te ruw, anders schraap je telkens hoorn van de zool |
| Manenkam | Manen ontwarren en eventueel trekken | De staart pluis je liever met je vingers uit |
| Spons | Ogen, neus en onder de staart | Gebruik aparte sponzen voor hoofd en achterkant |
| Ruikam of ruihandschoen | Losse winterharen tijdens de rui | Niet te hard op plekken met dunne huid |
Heb je meerdere paarden, geef dan elk paard bij voorkeur een eigen set. Huidinfecties zoals schimmel kunnen via borstels van het ene paard op het andere overgaan. Was je borstels af en toe met warm water en een milde zeep en laat ze goed drogen.
De vacht per seizoen en de rui
Een paard ruit twee keer per jaar. In het voorjaar verliest het de dikke wintervacht, in het najaar groeit die weer aan. Die vachtwissel wordt vooral gestuurd door de daglengte en veel minder door de temperatuur.
Tijdens de rui help je je paard door vaker te borstelen met een ruikam, ruihandschoen of rubberen roskam. Zo verwijder je losse haren sneller en krijgt de huid lucht. Verwacht niet dat de wintervacht in een paar dagen weg is: de wissel duurt meestal een aantal weken.
In de winter vraagt een paard dat zonder deken buiten staat een andere aanpak dan een geschoren sportpaard. De wintervacht bevat huidvet dat als waterafstotende laag werkt. Borstel bij zo'n paard vooral modder en vuil weg op de plekken waar zadel en hoofdstel komen en laat de rest van de vacht zoveel mogelijk met rust. Een geschoren paard mist die bescherming en draagt daarom een deken. Meer daarover lees je in onze gids over paardendekens.
In de zomer is de vacht kort en zie je de huid beter. Let dan extra op vliegenbeten, schaafplekjes en verbranding op lichte, dun behaarde plekken zoals de neus.
Verhaart een ouder paard slecht, of houdt het een lange, krullerige vacht, bespreek dat dan met je dierenarts. Zo'n vacht is een bekend kenmerk van PPID, een hormoonaandoening die volgens het Universitair Dierenziekenhuis in Utrecht bij ongeveer 15 procent van de paarden ouder dan 15 jaar voorkomt.
Je paard wassen: wanneer wel en wanneer niet
Voor de dagelijkse verzorging heb je geen water nodig. Borstelen haalt vuil en losse haren weg en laat de natuurlijke beschermlaag van de huid intact. Vaak wassen kan die laag juist aantasten: de KNHS noemt veelvuldig wassen van de benen als een van de factoren die mok, een huidprobleem in de kootholte, in de hand werken.
Na het rijden kun je zweetplekken afsponzen. Wil je je paard helemaal wassen, bijvoorbeeld voor een wedstrijd of keuring, let dan hierop:
- Was je paard na inspanning met lauw water in plaats van koud water uit de slang.
- Kies een milde paardenshampoo en spoel die grondig uit, zodat er geen resten op de huid achterblijven.
- Maak het hoofd schoon met een vochtige spons. Veel paarden vinden een straal water op het hoofd vervelend.
- Haal overtollig water weg met een zweetmes en zorg dat je paard daarna niet op de tocht staat.
- Laat je paard opdrogen voordat het de wei in gaat. Een nat paard gaat vaak eerst rollen.
Manen en staart verzorgen
Manen borstel je uit met een harde borstel of manenkam. Doe dat in beide richtingen, eerst naar de andere kant van de hals en dan terug, zodat ook de haren aan de onderkant schoon worden.
Met de staart ben je voorzichtiger. Met een borstel of kam trek je er al snel haren uit. Pluis de staart daarom bij voorkeur met je vingers uit, eventueel met wat antiklitspray.
Dikke manen worden meestal getrokken, dunne manen eerder geknipt. Laat vlechtjes na een wedstrijd niet lang zitten, want daardoor kunnen de haren afbreken.
Voor het bijwerken van de rest van het paard geeft de KNHS een paar duidelijke adviezen:
- Tastharen: knip de haren rond mond en neus niet af. Je paard gebruikt ze om voer en omgeving af te tasten, bijvoorbeeld om voer van steentjes te onderscheiden.
- Oren: scheer de oren niet uit. Knip hooguit het haar dat buiten de oorschelp uitsteekt.
- Kootholte en behang: scheer de haren in de kootholte niet weg. Ze voeren water af, en geschoren kootholtes vergroten de kans op mok. Bij rassen als het Friese paard hoort het behang bij het ras; dat houd je schoon door te borstelen en te wassen.
Huid en benen controleren tijdens het poetsen
De poetsbeurt is het moment om je paard van top tot teen te bekijken. Doe dat elke keer op dezelfde manier, dan valt een afwijking eerder op.
- Benen: strijk met je hand langs elk been van boven naar beneden. Voel of er warmte, zwelling of een gevoelige plek is en vergelijk links met rechts.
- Kootholte: kijk naar roodheid, korstjes, kloofjes en vochtige plekken. Dat zijn signalen van mok, dat vaker voorkomt bij een drassige wei, een natte rijbaan of een vochtige stal.
- Huid: let op kale plekken, bultjes, schilfers en kleine wondjes, en op schuurplekken waar zadel, singel of deken zitten.
- Hoeven: ruik aan de straal en let op scheurtjes, losse ijzers en een hoef die warmer is dan de andere. Meer daarover lees je bij hoefverzorging.
- Ogen en neus: helder en zonder dik of gekleurd uitvloeisel.
Hoe beter je weet wat normaal is voor jouw paard, hoe sneller je ziet dat iets niet klopt. Twijfel je over een plekje, maak dan een foto. Zo zie je de dagen erna of het groter of kleiner wordt, en kun je het aan je dierenarts laten zien.
