Kort antwoord
Gangbaar is dat de hoefsmid eens in de 6 tot 8 weken komt om te bekappen of opnieuw te beslaan. De precieze termijn hangt af van hoe snel de hoorn groeit, het seizoen, het werk en de hoefvorm van je paard. Tussendoor krab je de hoeven dagelijks zelf uit.
- Hoefsmid
- Eens in de 6 tot 8 weken
- Uitkrabben
- Dagelijks
- Beslag
- Alleen als het nodig is
- Opleiding hoefsmid
- Mbo niveau 3
Hoe vaak komt de hoefsmid?
De KNHS noemt een termijn van eens in de 6 tot 8 weken, afhankelijk van de snelheid van de hoorngroei. Dat geldt zowel voor bekappen als voor opnieuw beslaan. Zie het als uitgangspunt: de juiste termijn hangt af van jouw paard.
Hoorn groeit vanuit de kroonrand naar beneden. Het duurt ongeveer een jaar voordat hoorn dat bij de kroonrand wordt gevormd de grond bereikt. Blijft een hoef te lang onbewerkt, dan wordt de teen lang en verandert de stand van de hoef. Dat verandert ook de belasting van pezen en gewrichten, en bij een beslagen paard groeit de hoef over het ijzer heen.
Deze factoren bepalen of je paard eerder of later aan de beurt is:
- Seizoen: bij veel paarden groeit de hoorn in voorjaar en zomer sneller dan in de winter.
- Gebruik en ondergrond: een paard dat veel op harde wegen loopt, slijt meer dan een paard op een zachte wei.
- Hoefvorm en beenstand: scheve hoeven of een afwijkende stand kunnen een kortere termijn vragen.
- Gezondheid: bij hoefproblemen of een aandoening als PPID stemmen dierenarts en hoefsmid de termijn samen af.
Spreek na elke beurt meteen de volgende afspraak af. Wacht niet tot de geplande datum bij een los of verschoven ijzer, uitgebroken hoorn, een scheur in de hoefwand of een paard dat opeens anders loopt.
Dagelijks de hoeven uitkrabben
Uitkrabben is jouw deel van de hoefverzorging. Volgens de KNHS is het de taak van de eigenaar of verzorger om de hoeven dagelijks uit te krabben en te controleren op vuil en steentjes. Doe het in ieder geval voor en na het rijden.
- Ga naast het been staan, met je gezicht naar de achterkant van het paard, en vraag de hoef op door met je hand langs het been naar beneden te strijken.
- Krab van de hielen richting de teen, zodat de krabber van je af beweegt.
- Maak de groeven naast en in het midden van de straal goed schoon. Daar blijven mest en vocht het langst zitten.
- Krab niet te ruw. Volgens de KNHS schraap je anders telkens wat hoorn van de zool, waardoor die gevoeliger wordt.
Kijk en ruik daarbij bewust. Een gezonde straal is stevig en ruikt niet vies. Let op steentjes die klem zitten, scherpe voorwerpen, scheurtjes in de wand, losse nagels of een ijzer dat verschoven is. Voel ook even aan de hoefwand: een hoef die duidelijk warmer is dan de andere, verdient aandacht.
Bekappen of beslaan: wat is het verschil?
Bekappen is het bijwerken van de hoef zonder ijzers. De hoefsmid kort de hoefwand in, werkt zool en straal bij waar dat nodig is en brengt de hoef in balans, zodat je paard recht op zijn voeten staat en goed afwikkelt.
Beslaan betekent dat de hoefsmid na het bekappen ijzers aanbrengt, meestal genageld en soms gelijmd. Beslag beschermt de hoef tegen overmatige slijtage, bijvoorbeeld bij veel werk op harde of stenige ondergrond, en kan extra grip of ondersteuning geven. Ook een beslagen hoef moet elke 6 tot 8 weken opnieuw worden bekapt, omdat de hoorn onder het ijzer doorgroeit.
Beslag is geen standaard. De KNHS raadt aan hoefbeslag niet te gebruiken als het niet nodig is, en geeft als voorbeeld dat beslag achter bij normaal gebruik op zachte bodem niet nodig is. Of je paard ijzers nodig heeft, hangt af van hoefkwaliteit, werk en ondergrond. Bespreek dat met je hoefsmid.
Orthopedisch beslag is bedoeld om een probleem te ondersteunen of te corrigeren, bijvoorbeeld bij hoefbevangenheid of een blessure. Dat gebeurt in samenwerking tussen dierenarts en hoefsmid, vaak aan de hand van röntgenfoto's.
Blootvoets lopen en hoefschoenen
Veel paarden lopen blootvoets: zonder ijzers, met regelmatig bekappen. Dat gaat meestal goed bij een paard met sterke hoeven dat vooral op zachte ondergrond werkt. Heeft je paard onbeslagen last op grind of harde wegen, dan zijn hoefschoenen een tussenoplossing. Je trekt ze aan voor een rit en doet ze daarna weer uit. Ook plakbeslag is een alternatief voor genagelde ijzers.
Hoefschoenen moeten goed passen. Een schoen die draait of schuurt, kan wondjes aan de kroonrand of de ballen van de hoef veroorzaken. Houd er rekening mee dat de hoef tussen twee bekapbeurten groeit, en laat de pasvorm na een bekapbeurt controleren.
Wil je overstappen van beslag naar blootvoets, doe dat dan met begeleiding van je hoefsmid. De hoef moet wennen, en in die periode kan je paard gevoeliger lopen.
Rotstraal en mok herkennen
Rotstraal is een ontsteking van het hoorn van de straal, het elastische, V-vormige deel aan de onder-achterzijde van de hoef. Het komt veel voor: de KNHS noemt onderzoek waaruit blijkt dat ongeveer 45 procent van de Nederlandse paarden er in meer of mindere mate last van heeft. Rotstraal begint meestal in de middelste straalgroeve. Je herkent het aan:
- een doordringende, rotte geur bij het uitkrabben;
- zacht, zwart of onregelmatig straalhoorn met een donkere, smeuïge brij in de groeven;
- gevoeligheid als je de straal schoonmaakt of de hoef optilt.
Oorzaken zijn onder meer te weinig uitkrabben en bekappen, een vieze of natte stal, veel in de nattigheid staan en te weinig beweging. Sommige paarden hebben er ook meer aanleg voor. De aanpak begint bij hygiëne: dagelijks grondig uitkrabben, een droge ondergrond en voldoende beweging. De hoefsmid snijdt aangetast hoorn weg. Hoe eerder je het aanpakt, hoe sneller het meestal is opgelost.
Mok is iets anders: een huidprobleem in en rond de kootholte, net boven de hoef. Je ziet wondjes, kloven, korsten, roodheid of zwelling, en in ernstige gevallen loopt het paard kreupel. Vochtige warmte, een drassige wei of natte rijbaan, slechte stalhygiëne, veel wassen van de benen en geschoren kootholtes maken de huid kwetsbaar. Mok heeft verschillende oorzaken, zoals bacteriën, mijten of schimmels, en die vragen elk een andere behandeling. Laat daarom de dierenarts de diagnose stellen.
Wat doet een hoefsmid en hoe vind je een goede?
Een hoefsmid bekapt en beslaat, maar kijkt ook naar het hele paard: hoe het staat, hoe het loopt en hoe de hoeven zich tussen twee beurten ontwikkelen. Een goede hoefsmid legt uit wat hij doet en waarom, en werkt bij problemen samen met je dierenarts.
Weet wel dat hoefsmid in Nederland een vrij beroep is. Volgens de Nederlandse Vereniging van Hoefsmeden (NVvH) mag iedereen zich hoefsmid noemen, ook zonder volledige vakopleiding. De erkende route is de mbo-opleiding hoefsmid op niveau 3. Die wordt in Nederland aangeboden door Aeres MBO in Barneveld en Zone.college in Zwolle.
Waar kun je op letten?
- Diploma: vraag naar een erkend Nederlands hoefsmidsdiploma. Dat is een voorwaarde voor lidmaatschap van de NVvH, en op de site van de vereniging kun je gediplomeerde leden bij jou in de buurt zoeken.
- Bijscholing: NVvH-leden met een erkend Nederlands diploma kunnen via de vereniging bij de Europese federatie EFFA worden voorgedragen als Certified Euro-Farrier (C.E.F.). Om die kwalificatie te houden, moeten ze punten halen met bijscholing.
- Werkwijze: een goede hoefsmid bekijkt je paard stilstaand en in beweging, neemt de tijd voor een jong of onrustig paard en plant een vervolgafspraak.
- Samenwerking: bij kreupelheid, hoefbevangenheid of orthopedisch beslag stemt de hoefsmid af met de dierenarts.
- Ervaringen: vraag op stal en bij je manege welke hoefsmid daar komt en hoe tevreden men is.
