Kort antwoord
Het Friese paard is een zwart Nederlands paardenras met lange manen, een lange staart en behang aan de onderbenen. Het wordt sinds 1879 geregistreerd door het KFPS, het oudste paardenstamboek van Nederland. De gewenste stokmaat ligt rond de 1,65 meter, het karakter is vriendelijk en meewerkend, en het ras wordt vooral gebruikt voor mennen, dressuur en recreatie.
- Herkomst
- Friesland
- Stokmaat
- Gewenst rond 1,65 m
- Stamboek
- KFPS (sinds 1879)
- Geschikt voor
- Mennen, dressuur, recreatie
Wat is een Fries paard?
Het Friese paard, kortweg de Fries, is een zwart paardenras uit Friesland met een opvallend front: een hoog gedragen hals, lange golvende manen en staart en lange haren aan de onderbenen, het behang. Het ras wordt geregistreerd door de Koninklijke Vereniging Het Friesch Paarden-Stamboek (KFPS), die in 1879 werd opgericht als eerste paardenstamboek van Nederland.
Het KFPS omschrijft het fokdoel als een functioneel gebouwd gebruikspaard met de Friese raskenmerken, dat gezond en vitaal is, aanleg heeft om in de sport te presteren, een betrouwbaar karakter heeft en bewerkbaar is. Het is een gesloten stamboek: een paard komt alleen in de hoofdsectie als beide ouders daar ook in staan. Dat houdt het ras herkenbaar, maar maakt de populatie ook kwetsbaar voor inteelt. Verderop lees je wat dat betekent voor de gezondheid.
Herkomst en geschiedenis
Friese paarden worden al eeuwen genoemd. In de Middeleeuwen waren de robuuste, rijk behaarde paarden volgens het KFPS niet groter dan 140 centimeter, maar wel sterk genoeg om een ridder in harnas te dragen. In de barokperiode (1600 tot 1750) drukte het Spaanse, vooral Andalusische paard zijn stempel op het ras: de Fries werd adellijker en lichtvoetiger, met een kleiner hoofd en een sierlijk gebogen hals. Toen de cavalerie aan betekenis verloor, vond het ras een nieuwe rol als harddraver en koetspaard, bijvoorbeeld voor de sjees, een hoog tweewielig rijtuig.
In 1879 werd in herberg De drie Romers in Roordahuizum het stamboek opgericht om het ras te beschermen. Dat bleek hard nodig. In 1913 waren er nog maar drie raszuivere Friese dekhengsten over. Het stamboek koos toen bewust voor fokken binnen het ras, zonder kruisingen, en maakte de Fries zwaarder en compacter voor de landbouw. In 1954 volgde het predicaat Koninklijk. Na een nieuwe dip door de mechanisering van de landbouw groeide het ras uit tot een populair recreatie- en sportpaard, met volgens het KFPS inmiddels ruim 70.000 geregistreerde paarden in meer dan 80 landen.
Het KFPS: keuringen en regels
Het KFPS registreert de afstamming, organiseert keuringen en voert het fokprogramma uit. Merries kunnen vanaf hun derde jaar in het stamboek worden opgenomen als ze voldoen aan de minimumeisen voor exterieur, beweging, stokmaat en aftekeningen; bij voldoende kwaliteit volgt het predicaat ster. Hogere predicaten zoals kroon en model worden alleen op de Centrale Keuring toegekend. Hengsten doorlopen een apart selectietraject voordat ze in het stamboekregister komen en mogen dekken.
De zwarte kleur en het behang horen bij het rastype, en daar is het stamboek streng in. Het verven of zwarter maken van vacht of behang is op keuringen niet toegestaan, net als het toevoegen van extensions aan manen of staart. Ook knippen mag nauwelijks: alleen een strook van maximaal 2 centimeter op de plek waar het kopstuk van het hoofdstel ligt. Wil je met je Fries naar een keuring, lees dan vooraf het keuringsreglement, want ook de voorbrenger heeft kledingvoorschriften: in het wit, met witte sportschoenen.
Uiterlijk en stokmaat
Voor inschrijving in het stamboek moet een Fries volledig zwart zijn. Een kleine aftekening aan het hoofd is toegestaan, mits die boven de ooglijn zit en maximaal 3 centimeter in doorsnede is. Het KFPS beschrijft het ideaal als een elegante verschijning met een imponerend front, royaal behang, sierlijke belijning en verheven gangen, waarbij het paard gedragen vanuit de achterhand beweegt in een opwaartse houding.
De gewenste stokmaat ligt volgens het KFPS rond de 1,65 meter. Voor opname in het stamboek moet een merrie minimaal 1,54 meter meten en een ruin minimaal 1,56 meter. Voor het predicaat ster gelden minimaal 1,56 meter voor merries en 1,58 meter voor ruinen en hengsten. Een Fries heeft daarmee het formaat van een gemiddeld rijpaard.
Karakter en waarvoor geschikt
Het KFPS noemt de Fries stabiel, gemakkelijk in de omgang, eerlijk, intelligent en meewerkend. Dat maakt het ras toegankelijk, maar een Fries is geen automatisch beginnerspaard. Het is een groot en krachtig paard, en een jong of weinig opgeleid dier heeft net zo goed een zorgvuldige opleiding en een ruiter met ervaring nodig.
Van oudsher is de Fries een koets- en menpaard. In de mensport zie je hem nog steeds, van enkelspan tot vierspan. Onder het zadel wordt hij vooral in de dressuur gebruikt, waar zijn gedragen, opwaartse manier van bewegen goed van pas komt. Daarnaast is het een gewild recreatiepaard voor buitenritten en shows. Wil je eerst ervaren hoe een zwaarder gebouwd paard rijdt, vraag dan bij een manege of je op verschillende types kunt rijden.
Gezondheid en voeding: waar let je op?
Omdat alle Friese paarden teruggaan op een kleine groep stamdieren, is inteelt het grootste aandachtspunt van het ras. Het KFPS noemt waterhoofd en dwerggroei als afwijkingen die rechtstreeks te herleiden zijn naar inteelt. Beide erven recessief over: een veulen is alleen aangedaan als het de afwijking van zowel vader als moeder krijgt. Hengsten worden daarom getest op dragerschap, en het stamboek adviseert combinaties met een inteeltcoëfficiënt van hooguit 5 procent.
Onderzoek van de Universiteit Utrecht laat daarnaast zien dat een scheur in de grote lichaamsslagader (aortaruptuur) en een verwijde slokdarm (megaoesofagus) bij Friese paarden vaker voorkomen dan bij warmbloeden, vaak al rond een leeftijd van vier jaar. Signalen die kunnen passen bij een aortaruptuur zijn terugkerende koliek, een opvallend krachtige, bonzende pols en terugkerend oedeem (vochtophoping) in de benen. Laat zulke klachten altijd door een dierenarts onderzoeken.
Het behang vraagt ook aandacht. Onder de lange haren blijven vocht en vuil hangen, en daar gedijen mijten. Bij zwaardere rassen met veel behang, waaronder de Fries, komt chronisch progressief lymfoedeem (CPL) voor: een aandoening van de onderbenen met verdikking, plooien, korsten en woekeringen. Controleer de huid onder het behang regelmatig, zeker als je paard stampt of met de benen schuurt.
Tot slot noemt de Universiteitskliniek voor Paarden de Fries bij de rassen die gevoelig zijn voor het equine metabool syndroom (EMS), waarbij een paard door een verstoorde vet- en suikerstofwisseling te dik wordt en meer risico loopt op hoefbevangenheid. Voer vooral ruwvoer, wees zuinig met krachtvoer en rijk gras, en houd de conditie in de gaten.
