Kort antwoord
Mennen is het besturen van een of meer paarden of pony's voor een rijtuig. Je kunt mennen met een enkelspan (één paard), een tweespan, een tandem of een vierspan. Een samengestelde menwedstrijd bestaat uit drie proeven: dressuur, marathon en vaardigheid.
- Aanspanningen
- enkelspan, tweespan, tandem, vierspan
- Samengestelde wedstrijd
- dressuur, marathon, vaardigheid
- Veiligheidshelm
- verplicht in alle onderdelen
- Bodyprotector
- verplicht in de marathon
Wat is mennen?
Bij mennen zit je niet op het paard, maar op de bok van een rijtuig. Je stuurt het paard met de leidsels, je stem en de menzweep. Vaak rijdt er een groom mee, een helper die bijvoorbeeld het paard kan vasthouden als het rijtuig stilstaat. Mennen kan recreatief, als tocht door bos en polder, en als wedstrijdsport. De KNHS erkent het als een van de wedstrijddisciplines, naast onder meer dressuur, springen en eventing.
Je onderscheidt de aanspanningen naar het aantal paarden en hoe ze staan:
- Enkelspan: één paard of pony voor het rijtuig.
- Tweespan: twee paarden naast elkaar.
- Tandem: twee paarden achter elkaar.
- Vierspan: twee paren achter elkaar, samen vier paarden.
Op wedstrijden worden paarden en pony's apart geklasseerd, per soort aanspanning. Voor elke aanspanning geldt een minimumleeftijd voor de menner: vanaf 10 jaar met een enkelspan pony en vanaf 12 jaar met een enkelspan paard. Voor tweespannen, tandems en vierspannen ligt de grens tussen 14 en 18 jaar. Hoe meer paarden, hoe meer grooms: een vierspan heeft er twee.
Dressuur, marathon en vaardigheid
Een samengestelde menwedstrijd (SWM) bestaat uit drie proeven, te vergelijken met eventing bij het rijden. Daarnaast kun je losse dressuurwedstrijden, vaardigheidswedstrijden en minimarathons rijden. Een minimarathon is een parcours met vaardigheidshindernissen en maximaal drie marathonhindernissen.
Dressuur (proef A). Je rijdt een vaste proef in een ring. In een samengestelde wedstrijd is die in de klassen L en M 40 bij 80 meter, flink groter dan de rijbaan voor rijdressuur. Kleding van menner en groom moet passen bij de stijl van het rijtuig en het tuig, en de menner houdt de hele proef een zweep in de hand.
Marathon (proef B). Dit onderdeel test de conditie en het uithoudingsvermogen van de paarden en de rijvaardigheid van de menner. De marathon bestaat uit een A-traject en een B-traject door het terrein. In het B-traject liggen de marathonhindernissen: constructies met poorten die je in een vaste volgorde doorrijdt. In klasse L zijn dat maximaal zes hindernissen met poorten A tot en met E, in klasse Z maximaal acht. Het B-traject is ongeveer 1 kilometer per hindernis lang.
Vaardigheid (proef C). Een parcours van kegelparen met een bal erop, waar je nauwkeurig en binnen de tijd doorheen moet. De breedte tussen de kegels hangt af van de spoorbreedte van je rijtuig en je klasse. Rij je bij een enkelvoudige hindernis een of twee ballen af, dan kost dat 3 strafpunten.
Veiligheid bij het mennen
Een paard dat schrikt terwijl het aan een rijtuig vastzit, is een risico voor iedereen op en rond de wagen. De veiligheidsregels in de mensport zijn daarom streng. Bij KNHS-wedstrijden dragen menner, grooms en passagiers bij alle onderdelen en tijdens het losrijden een goed bevestigde veiligheidshelm die is goedgekeurd voor de paardensport. In de marathon en de minimarathon is daarnaast een bodyprotector volgens de norm EN 13158 verplicht, voor menner en grooms. Wie jonger is dan 18, draagt die bodyprotector bij alle onderdelen. Een airvest mag alleen als extra over een gewone bodyprotector.
Het tuig moet goed passen en in orde zijn. Controleer voor elke rit gespen, strengen en leidsels op slijtage. Doe het hoofdstel nooit af zolang het paard nog aan het rijtuig vastzit, en laat een aangespannen paard nooit alleen staan.
Rijd je op de openbare weg, dan doe je mee aan het verkeer. Het Menbewijs richt zich daarom ook op veilig en verantwoord meedoen in het verkeer. Neem bij twijfel altijd iemand mee die het paard aan het hoofd kan houden. Meer algemene tips vind je op onze pagina over veiligheid.
Wat heb je nodig om te mennen?
Voor lessen zorgt de manege voor paard, tuig en rijtuig. Wil je zelf gaan mennen, dan heb je een passend tuig nodig, leidsels, een menzweep en een rijtuig dat past bij de maat en het aantal van je paarden of pony's. Laat je bij de aanschaf van tuig adviseren door iemand met menervaring. Een tuig dat drukt of schuurt, zie je vaak eerst terug in onrust of weerstand van het paard. Controleer daarom na elke rit waar het tuig heeft gelegen.
Op wedstrijden stelt het reglement eisen aan het rijtuig. Voor alle rubrieken geldt een minimale spoorbreedte van 125 centimeter. In de dressuur en de vaardigheid mag je rijden met een marathonwagen of een presentatierijtuig; de breedte tussen de kegels wordt daarop afgestemd. In de marathon rijd je met een vierwielig rijtuig met remmen, en in klasse Z geldt bovendien een minimumgewicht.
Ook de kleding verschilt per onderdeel. In dressuur en vaardigheid dragen menner en groom een jas of nationaal tenue, passend bij de stijl van rijtuig en tuig. In de marathon is de kleding vrij, mits veilig; een korte broek is niet toegestaan. De veiligheidshelm, en waar verplicht de bodyprotector, komen daar altijd bij.
Hoe begin je met mennen?
Mennen leer je bij voorkeur bij een manege of stal die menles geeft, met een ervaren menpaard en een instructeur naast je op de bok. Daar leer je eerst de basis: de leidsels vasthouden, een paard aanspannen en rustig wegrijden, halthouden en keren.
Bij sportaanbieders die zijn aangesloten bij de KNHS en FNRS kun je het Menbewijs halen. De opleiding bestaat uit een basisdeel en vervolgmodules voor meerspannen, en je sluit af met een theorie- en een praktijkexamen. Met het Menbewijs laat je zien dat je veilig en verantwoord aan het verkeer kunt deelnemen en de belangrijkste basisvaardigheden beheerst.
Heb je een eigen paard of pony, dan moet het eerst leren om voor de wagen te lopen. Dat is een opleiding op zich: het paard went stap voor stap aan het tuig, aan geluiden achter zich en aan het gewicht van het rijtuig. Laat dat inrijden over aan iemand met ervaring. Een goed gebit, gezonde hoeven en passend tuig zijn voorwaarden; laat je paard zo nodig nakijken door je dierenarts en hoefsmid.
Wil je wedstrijden rijden, dan begin je in de mendressuur in klasse B, in de vaardigheid in klasse L, of op een minimarathon. Zoek een plek om te leren bij maneges met menles.
