Kort antwoord
Kies voor gewoon rijden, springen en eventing een bodyprotector die voldoet aan EN 13158:2018 op niveau 3; niveau 1 en 2 zijn bedoeld voor jockeys en situaties met weinig risico. Een BETA 2018-label betekent bovendien dat het model jaarlijks opnieuw wordt getest. Een airbagvest is een aanvulling, geen vervanging: in de cross schrijft de KNHS altijd een bodyprotector voor.
- Norm
- EN 13158:2018, niveau 3
- Verplicht
- In de cross bij KNHS-eventing
- Vervangen
- Minstens elke 3 tot 5 jaar (BETA)
- Airbagvest
- Alleen als extra laag
Welke bodyprotector heb je nodig?
Voor vrijwel alle ruiters is dat een bodyprotector volgens EN 13158:2018 op niveau 3. Dat is volgens de Britse organisatie BETA, die de gangbare bodyprotectornorm mede ontwikkelde, het niveau voor gewoon rijden, wedstrijden inclusief eventing en werken met paarden. Het vest is gemaakt van schokdempend schuim en verdeelt de klap van een val of trap over een groter oppervlak.
Wees wel realistisch over wat het doet. Een bodyprotector op niveau 3 hoort volgens BETA lichte kneuzingen te voorkomen, weefselschade te verminderen en een beperkt aantal ribbreuken te voorkomen. Hij beschermt je wervelkolom niet en helpt niet tegen beknelling, bijvoorbeeld als een paard op je valt, of tegen sterke draaiende krachten. Een goede bodyprotector verkleint dus de gevolgen van veel valpartijen, maar maakt paardrijden niet risicoloos.
EN 13158 en BETA 2018: de drie niveaus
De Europese norm EN 13158:2018 kent drie beschermingsniveaus. Het niveau staat op het label in het vest.
| Niveau | Bescherming | Bedoeld voor |
|---|---|---|
| Niveau 1 | Laagste | Alleen voor jockeys met een licentie, vanwege gewichtsgrenzen in de rensport |
| Niveau 2 | Lager dan normaal | Rijden in situaties met heel weinig risico en voor jockeys als hun bond dat toestaat |
| Niveau 3 | Normaal | Gewoon rijden, wedstrijden inclusief eventing en werken met paarden |
BETA 2018 voldoet aan alle eisen van EN 13158 en voegt daar iets aan toe: modellen met dit label worden elk jaar opnieuw getest op de kwaliteit van materiaal en productie. Kun je kiezen, neem dan een vest met beide vermeldingen.
Heb je nog een vest met een BETA 2009-label? Volgens BETA biedt dat evenveel bescherming als de 2018-versie, maar de productie stopte eind 2018 en sommige organisaties accepteren het sinds januari 2024 niet meer, omdat de oudste exemplaren inmiddels erg oud zijn. Voor buitenritten zonder specifieke eis mag je het volgens BETA nog gebruiken. Vesten met nog oudere labels, zoals BETA 2000, horen niet meer gedragen te worden.
Voor schouderbeschermers bestaat een aparte BETA-norm. BETA verwijst naar onderzoek bij eventingvalpartijen waarin schouderbescherming de kans op een gebroken sleutelbeen met tot 80 procent verlaagde.
Zo hoort een bodyprotector te passen
Een bodyprotector die niet goed zit, laat gaten in de bescherming of hindert je in het zadel. Let bij het passen op deze punten:
- Het vest bedekt je ribben rondom, voor en achter.
- De achterkant is niet zo lang dat hij in de zit tegen het zadel stoot.
- Het sluit goed aan zonder je ademhaling te beperken; stel de zijsluitingen bij tot er geen ruimte tussen vest en lichaam zit.
- Je kunt je armen vrij bewegen en in de lichte zit komen.
Pas het vest over de kleding die je normaal onder of boven je bodyprotector draagt, en neem als het kan de rijhouding aan, bijvoorbeeld op een zadel in de winkel. BETA raadt aan je te laten passen door een verkoper die daarvoor is opgeleid. Het meeste schuim wordt soepeler van lichaamswarmte en vormt zich daardoor na verloop van tijd naar je lichaam; een nieuw vest voelt in de winkel dus stugger dan na een paar ritten.
Airbagvesten: extra, geen vervanging
Een airbagvest blaast zich bij een val in een fractie van een seconde op. Veel vesten zijn met een koord aan het zadel verbonden: raak je los van je paard, dan trekt het koord een gaspatroon open. Er zijn ook uitvoeringen die een val elektronisch detecteren. Het vest is bedoeld om de klap bij het neerkomen te dempen, onder meer tegen beknelling van de borstkas.
Voor het testen van airbags bestaan aparte afspraken, zoals het Britse testprotocol SATRA M38 en de Franse norm NF S72-800:2022, die speciaal voor airbags in de paardensport is geschreven. Die normen staan los van EN 13158. Over het nut van airbags is bovendien minder bekend dan over caps en gewone bodyprotectors, zo benadrukt de Amerikaanse paardensportbond US Equestrian.
De KNHS is duidelijk: in de cross mag een opblaasbaar vest alleen naast een bodyprotector worden gedragen, en beide moeten aan de laatst gepubliceerde veiligheidsnorm voldoen. Draag je een airbagvest met koord, maak het koord dan los voordat je afstijgt, anders gaat het vest af. Na het opblazen vervang je het patroon en controleer je het vest volgens de instructies van de fabrikant.
Wanneer is een bodyprotector verplicht?
Op KNHS-wedstrijden is een bodyprotector verplicht tijdens de cross bij eventing. In de dressuur en het springen is hij toegestaan maar niet verplicht; je mag hem boven of onder je wedstrijdkleding dragen. Vanaf de klasse Z verwijst het KNHS-reglement voor de cross naar de regels van de FEI. Meer over deze discipline lees je bij eventing.
Buiten wedstrijden is er geen algemene plicht, maar er zijn situaties waarin een bodyprotector extra zinvol is: springen, buitenritten, het rijden van jonge of onvoorspelbare paarden en werken met paarden op de grond. Vraag ook wat je manege of instructeur verwacht, zeker bij springlessen.
Onderhoud en vervangen
BETA adviseert een bodyprotector minstens elke drie tot vijf jaar te vervangen, afhankelijk van hoe vaak je hem draagt en hoe je ermee omgaat. Na ongeveer vijf jaar kan de schokdemping van het schuim afnemen.
Heb je een harde val gemaakt, controleer het vest dan direct op deuken. Het schuim veert volgens BETA binnen ongeveer een halfuur terug in zijn oude vorm. Zie je daarna nog een deuk, dan beschermt dat deel niet meer goed en is vervanging nodig.
Hang je bodyprotector na gebruik aan een kledinghanger, met de rits en klittenbandsluitingen dicht, zodat hij zijn vorm houdt en er geen haren en hooi in het klittenband komen. Laat hem niet slingeren in de stal of de trailer, en bewaar hem niet in een hete auto of vochtige zadelkamer.
