Kort antwoord
De keuze tussen lange rijlaarzen en jodhpurs met chaps hangt vooral af van hoe vaak je rijdt, of je ook op stal werkt en je budget; beide zijn op KNHS-wedstrijden toegestaan als de chaps gelijkkleurig zijn en van glad leer of glad kunstleer. Let bij elk model op een gladde, doorlopende zool met een duidelijke hak en op een kuitmaat en hoogte die bij jouw been passen.
- Wedstrijd (KNHS)
- Rijlaarzen, of jodhpurs met gelijkkleurige gladde chaps
- Zool
- Glad en doorlopend, met een duidelijke hak
- Leer
- Zakt na het inrijden nog iets in rond de enkel
Welke rijlaarzen passen bij jou?
Rijschoeisel bestaat in twee hoofdvormen: lange rijlaarzen die tot net onder je knie komen, en jodhpurs (korte rijschoenen tot boven de enkel) die je combineert met chaps, een losse beenkap om je onderbeen. Beide zijn veilig en beide mag je dragen op KNHS-wedstrijden, zolang de chaps dezelfde kleur hebben als de schoenen en van glad leer of glad kunstleer zijn.
Welke vorm het beste werkt, hangt af van hoe vaak je rijdt, of je ook op stal werkt en wat je wilt uitgeven. Voor iedere ruiter geldt hetzelfde uitgangspunt: kies schoeisel met een doorlopende, gladde zool en een duidelijke hak. Die combinatie zorgt dat je voet niet door de beugel schiet en dat je bij een val los kunt komen.
Rijd je net? Dan hoef je niet meteen dure leren laarzen te kopen. Bij je eerste paardrijles lees je wat je in het begin echt nodig hebt.
Lange rijlaarzen of jodhpurs met chaps
Lange rijlaarzen geven een strak, doorlopend been en zijn de klassieke keuze voor wedstrijden. Leren exemplaren vormen zich na verloop van tijd naar je kuit en enkel. Daar staat tegenover dat ze duurder zijn, dat je ze minder makkelijk aan en uit trekt en dat je er op stal minder prettig op loopt.
Jodhpurs met chaps zijn flexibeler. Je loopt er comfortabel mee rond, doet de chaps na het rijden af en vervangt alleen het onderdeel dat versleten is. Veel ruiters rijden dagelijks in jodhpurs met chaps en bewaren lange laarzen voor wedstrijden.
| Punt | Lange rijlaarzen | Jodhpurs met chaps |
|---|---|---|
| Uitstraling | Strak en klassiek | Iets minder strak |
| Stalwerk en lopen | Minder prettig | Comfortabel |
| Vervangen bij slijtage | Hele laars | Schoen of chaps apart |
| KNHS-wedstrijd | Toegestaan | Toegestaan met gelijkkleurige gladde chaps |
Minichaps van suède of neopreen zijn prima voor lessen en training, maar vallen buiten de wedstrijdomschrijving van de KNHS, die om chaps van glad leer of glad kunstleer vraagt.
Leer of synthetisch?
Leer is soepel, vormt zich naar je been en gaat bij goed onderhoud lang mee. Wel moet je leren laarzen inrijden en regelmatig verzorgen. Synthetische laarzen van kunstleer zijn meestal lichter, voordeliger en makkelijker schoon te houden, maar ze vormen zich minder naar je been. Rubberen rijlaarzen zijn waterdicht en betaalbaar, handig voor beginners en voor rijden in nat weer, maar ze geven minder steun.
Voor chaps werkt het net zo: leren chaps sluiten mooi aan, chaps van synthetisch materiaal of neopreen zijn eenvoudig in onderhoud. Voor kinderen die snel groeien is een betaalbare synthetische variant vaak de verstandigste keuze.
Pasvorm: kuitomtrek, hoogte en voetmaat
Bij rijlaarzen draait de pasvorm om drie maten:
- Kuitomtrek: meet met een meetlint rond het breedste deel van je kuit.
- Kuithoogte: meet aan de binnenkant van je been van de grond tot in je knieholte.
- Voetlengte: meet van de achterkant van je hiel tot je langste teen.
Meet met de rijbroek en sokken aan die je ook in het zadel draagt. Sommige winkels adviseren om de kuit te meten in een licht gebogen houding, zoals je in het zadel zit. Vergelijk je maten daarna met de maattabel van het merk, want die verschillen per fabrikant.
Nieuwe leren laarzen mogen hoog in je knieholte komen. Leer zakt na het inrijden nog wat in rond de enkel; winkels noemen meestal een halve tot enkele centimeters. Een leren laars die meteen precies op hoogte zit, kan na een paar maanden dus te kort aanvoelen. Bij synthetische en rubberen laarzen speelt dat minder; vraag bij twijfel in de winkel hoe het model zich gedraagt.
Veel merken maken hun laarzen in meerdere schachtwijdtes en hoogtes. Pas altijd beide laarzen en loop even rond voordat je beslist.
Hak en zool: veiligheid in de stijgbeugel
Rijschoeisel moet twee dingen doen: je voet mag niet door de beugel glijden, en je voet moet bij een val zonder haperen uit de beugel kunnen. De KNHS legt dat vast in de wedstrijdreglementen: de combinatie van beugel en rijlaars moet zo zijn dat je voet in geval van nood de beugel ongehinderd kan verlaten.
De British Horse Society adviseert een gladde, doorlopende zool zonder onderbreking tussen hak en neus, zodat er niets achter de beugel kan haken, en een kleine hak van minimaal een halve inch (ongeveer 1,3 centimeter). Stalschoenen met een grof profiel, gewone laarzen en sneakers zijn daarom niet geschikt om mee te rijden.
Let ook op je beugels. Tussen de beugel en het breedste deel van je voet hoort volgens de BHS ongeveer een halve inch ruimte te zitten. Een te smalle beugel klemt je voet, een te brede laat je voet erdoor schuiven. Nieuwe, bredere laarzen kunnen dus ook om andere beugels vragen. Meer hierover lees je bij veiligheid bij het paardrijden.
Onderhoud: zo gaan je laarzen langer mee
Borstel na het rijden zand en mest van je laarzen en veeg ze af met een licht vochtige doek. Laat natte leren laarzen op kamertemperatuur drogen en zet ze niet tegen de verwarming, want te snel drogen maakt leer stug. Verzorg het leer regelmatig met een middel dat voor leer bedoeld is. Huishoudmiddelen, alcohol of laarzen laten weken in water kunnen het materiaal blijvend beschadigen.
Houd ritsen schoon: zand in de rits laat die sneller slijten. Bewaar lange laarzen rechtop, eventueel met laarzenspanners, zodat de schacht niet knikt. Synthetische en rubberen laarzen spoel je af met water en een zachte borstel.
