Kort antwoord
Hoefbevangenheid is een ontsteking van de lamellen die de hoefwand met het hoefbeen verbinden. Die verbinding verzwakt, waardoor het hoefbeen kan kantelen of zakken. De meeste gevallen hangen samen met een hormonale stoornis zoals EMS of PPID. Acute hoefbevangenheid is altijd een reden om direct je dierenarts te bellen.
- Wat
- Ontsteking van de hoeflamellen
- Belangrijkste oorzaak
- Insulinedysregulatie bij EMS of PPID
- Typische houding
- Voorbenen naar voren, achterbenen onder het lichaam
- Actie
- Direct je dierenarts bellen
Wat is hoefbevangenheid?
In de hoef zit het hoefbeen vast aan de hoefwand via een groot aantal in elkaar grijpende plaatjes: de lamellen. Bij hoefbevangenheid, ook wel laminitis genoemd, raken die lamellen ontstoken. De verbinding tussen hoefwand en hoefbeen verzwakt en kan loslaten.
Omdat het gewicht van het paard via die verbinding wordt gedragen, kan het hoefbeen dan gaan kantelen of zakken in de hoefschoen. Volgens de leidraad voor Nederlandse paardendierenartsen kan dat binnen enkele dagen gebeuren, soms zelfs binnen enkele uren. Daarom vraagt acute hoefbevangenheid om een snelle behandeling.
Elk paard en elke pony kan hoefbevangen raken, maar sommige groepen lopen meer risico: paarden en pony's met overgewicht, rassen die gevoelig zijn voor het equine metabool syndroom (EMS) en oudere paarden met PPID. Een paard dat al eens hoefbevangen is geweest, kan opnieuw een aanval krijgen.
Oorzaken: van EMS en PPID tot overbelasting
Hoefbevangenheid is het gevolg van een ander probleem in het lichaam. Dierenartsen onderscheiden drie hoofdgroepen.
Hormonen en stofwisseling
De meeste gevallen hangen samen met insulinedysregulatie: het lichaam reageert niet goed op insuline, waardoor het insulinegehalte in het bloed te hoog oploopt. Volgens een aantal auteurs gaat het om tot wel 90 procent van de gevallen. Twee aandoeningen spelen daarbij een hoofdrol:
- EMS (equine metabool syndroom): een combinatie van overgewicht, insulinedysregulatie en een verhoogde kans op hoefbevangenheid. Rassen die van oorsprong op schraal voer leefden, zoals shetlanders, haflingers, tinkers, Friese paarden, dartmoors en welsh cobs, zijn er gevoeliger voor.
- PPID, vaak nog de ziekte van Cushing genoemd: een aandoening van de hypofyse bij oudere paarden. Volgens het Universitair Dierenziekenhuis in Utrecht heeft ongeveer 15 procent van de paarden ouder dan 15 jaar PPID, en krijgt bijna een kwart van die paarden hoefbevangenheid als complicatie.
In deze groep vallen ook paarden die hoefbevangen worden na het eten van te veel suikerrijk voer, zoals een leeggegeten voerton, of na weidegang op suikerrijk gras. Ook achter hoefbevangenheid in een koude periode, in de volksmond winterbevangenheid, zit volgens de leidraad zeer waarschijnlijk insulinedysregulatie.
Ontsteking of infectie elders in het lichaam
Bij een ernstige ontsteking of infectie kunnen gifstoffen via het bloed de hoeven bereiken. Voorbeelden zijn een ernstige darmontsteking met diarree, een koliekoperatie en een merrie die haar nageboorte niet kwijtraakt. Zo'n paard staat al onder behandeling van de dierenarts, maar ook dan verdienen de hoeven aandacht.
Overbelasting
Kan een paard door een blessure een been niet belasten, dan draagt het andere been langdurig extra gewicht. Dat steunbeen kan hoefbevangen raken. Bij een ernstige blessure aan een been houd je daarom ook het andere been goed in de gaten.
Symptomen: zo herken je hoefbevangenheid
Pijn in de hoeven is het belangrijkste kenmerk. Vaak zijn vooral de voorbenen aangedaan. Het paard neemt dan een typische houding aan: de voorbenen naar voren en de achterbenen ver onder het lichaam, zodat het gewicht naar achteren gaat. Zijn alle vier de benen aangedaan, dan staat het paard vaak met de benen wat onder het lichaam en trippelt het om de benen om beurten te ontlasten.
Andere signalen:
- een stijve, voorzichtige gang, alsof het paard op eieren loopt, vooral op harde grond;
- niet willen lopen, of alleen met veel aanmoediging;
- hoeven die warmer aanvoelen dan normaal;
- een duidelijk voelbare, bonzende pols in de kootholte;
- pijn bij druk op de zool rond de punt van de straal, wat de dierenarts of hoefsmid met een visiteertang onderzoekt;
- in ernstige gevallen een voelbaar kuiltje boven de kroonrand aan de voorkant van de hoef, een teken dat het hoefbeen zakt.
Leer daarom de normale situatie van je eigen paard kennen. Voel regelmatig aan de hoeven en zoek de pols op aan de achter- en zijkant van de kogel, zodat je weet hoe die aanvoelt als alles goed is. Vraag je dierenarts of hoefsmid om het je een keer te laten zien.
Hoefbevangenheid kan ook sluipend verlopen. Bij chronische hoefbevangenheid zie je soms groeiringen op de hoefwand die bij de teen dicht op elkaar liggen en naar de hielen toe uit elkaar lopen, een verbrede witte lijn of een hoef die van vorm verandert. Soms ontdekt de hoefsmid de eerste aanwijzingen tijdens het bekappen.
Acute hoefbevangenheid: wat doe je?
Vermoed je hoefbevangenheid, bel dan direct je dierenarts. Wacht niet tot de volgende dag en probeer het niet eerst zelf op te lossen. Hoe eerder de behandeling begint, hoe groter de kans dat je verdere schade aan de hoef beperkt.
Tot de dierenarts er is, kun je dit doen:
- Haal je paard van het gras en dwing het niet om te lopen. Breng het met kleine, rustige stapjes naar de dichtstbijzijnde stal of paddock.
- Zorg voor een dikke, zachte en droge bodembedekking, zodat je paard comfortabel kan staan en kan gaan liggen.
- Geef alleen water en hooi. Geen krachtvoer, brokken of lekkers.
- Vraag je dierenarts of je de voeten alvast mag koelen, bijvoorbeeld in een emmer met ijswater. Koelen kan de ontsteking remmen, maar volg daarbij het advies van je dierenarts.
- Geef geen pijnstillers of andere middelen zonder overleg met je dierenarts.
Denk ook na over wat er is gebeurd dat de aanval kan verklaren: een nieuwe wei, een open voerton, een recente ziekte of een blessure aan een ander been. Die informatie helpt de dierenarts bij het vinden van de oorzaak.
Behandeling: dierenarts en hoefsmid samen
De behandeling ligt bij je dierenarts en is altijd maatwerk. De dierenarts bestrijdt de pijn en ontsteking, bepaalt met röntgenfoto's of en hoeveel het hoefbeen is gekanteld of gezakt, en zoekt naar de onderliggende oorzaak, bijvoorbeeld met bloedonderzoek naar EMS of PPID. Zonder aanpak van die oorzaak blijft de kans op een nieuwe aanval bestaan.
De hoefsmid speelt een grote rol, maar in de acute fase gebeurt er aan de hoef zelf zo min mogelijk. De leidraad voor paardendierenartsen stelt dat die fase in de regel niet het moment is om de stand van de hoef te laten corrigeren, en dat het nagelen van ijzers dan vermeden moet worden. Wel kan de hoef extra worden ondersteund, bijvoorbeeld met speciale zooltjes, een hoefverband of goed passende hoefschoenen, zodat de teen wordt ontlast.
Is de acute fase voorbij, dan werken dierenarts en hoefsmid samen aan het herstel. De hoefsmid bekapt de hoef zo dat de teen korter wordt en de voet makkelijker afwikkelt, soms met orthopedisch of gelijmd beslag. Röntgenfoto's helpen daarbij. Het effect wordt in de dagen erna beoordeeld en daarna gangbaar elke 6 tot 8 weken opnieuw bekeken.
Houd rekening met een lang traject: hoorn groeit langzaam uit en de afloop is niet altijd goed. Bij ernstig kantelen of zakken van het hoefbeen kunnen complicaties optreden, zoals hoefzweren, en in de zwaarste gevallen is euthanasie de enige uitweg. Des te meer reden om in te zetten op preventie.
Hoefbevangenheid voorkomen
Omdat de meeste gevallen samenhangen met insulinedysregulatie, draait preventie vooral om gewicht, voer en beweging.
- Houd je paard op een gezond gewicht. Volgens het Universitair Dierenziekenhuis heeft ongeveer de helft van de recreatiepaarden in Nederland overgewicht. Gebruik een conditiescore en let op vetafzettingen op de hals en bij de staartaanzet. Meer hierover lees je bij een paard voeren.
- Wees voorzichtig met gras. Voorjaarsgras en gras na koude nachten en zonnige dagen kan veel suikers bevatten. Beperk voor gevoelige paarden de graastijd, bijvoorbeeld met een graasmasker of strookbegrazing, in overleg met je dierenarts.
- Kies suikerarm ruwvoer. Laat je hooi analyseren. De leidraad noemt als streefwaarde ruwvoer met minder dan 100 gram suiker per kilo droge stof. Zonder analyse kan het weken van hooi, 30 tot 40 minuten in water, het suikergehalte verlagen.
- Sluit de voerton goed af, zodat je paard er niet ongemerkt bij kan.
- Zorg voor dagelijkse beweging. Bij paarden met insulinedysregulatie helpt dagelijks minimaal 30 minuten matig intensieve beweging bij het afvallen en verbetert het de gevoeligheid voor insuline. Voor een paard dat hoefbevangen is geweest, bepaalt de dierenarts wanneer en hoeveel.
- Laat oudere paarden nakijken. Krijgt een ouder paard een lange, krullerige vacht, verhaart het slecht of heeft het vaker infecties, laat je dierenarts dan beoordelen of PPID een rol speelt.
- Houd het schema van de hoefsmid aan en vraag hem om te melden als hij veranderingen aan de witte lijn of de groeiringen ziet.
