Kort antwoord
Atypische myopathie is een acute spierziekte bij grazende paarden, veroorzaakt door de gifstof hypoglycine A uit zaden, zaailingen en bladeren van de gewone esdoorn. Het risico is het grootst in de herfst en het voorjaar. Bij een vermoeden zet je het paard zo dicht mogelijk bij de wei op stal, houd je het warm en bel je direct de dierenarts.
- Oorzaak
- Hypoglycine A uit de gewone esdoorn
- Risicoseizoenen
- Herfst (zaden, bladeren) en voorjaar (zaailingen)
- Opvallend signaal
- Donkere, koffiekleurige urine
- Bij een vermoeden
- Zo min mogelijk bewegen en direct de dierenarts bellen
Wat is atypische myopathie?
Atypische myopathie, ook wel weidemyopathie of esdoornvergiftiging genoemd, is een acute spierziekte bij paarden die buiten grazen. Een paard krijgt het door zaailingen, zaden of bladeren van de gewone esdoorn te eten. Sinds onderzoek uit 2013 en 2014 is bekend dat de gifstof hypoglycine A de oorzaak is. Het lichaam zet die stof om in een giftige verbinding die de energievoorziening van spiercellen verstoort. Daardoor raken de spieren beschadigd, uiteindelijk ook de spieren die nodig zijn voor de ademhaling. De ziekte is vaak dodelijk en kan snel verlopen.
Atypische myopathie is niet besmettelijk. Toch worden regelmatig meerdere paarden uit dezelfde groep ziek, simpelweg omdat ze in dezelfde wei hetzelfde hebben gegeten.
Welke esdoorn is gevaarlijk?
In Nederland komen vooral drie esdoornsoorten voor: de gewone esdoorn, de Noorse esdoorn en de veldesdoorn (Spaanse aak). De faculteit Diergeneeskunde in Utrecht en het Wageningse onderzoeksinstituut RIKILT onderzochten 278 monsters van deze drie soorten. De gifstof werd alleen gevonden in zaailingen, bladeren en zaden van de gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), niet in de Noorse esdoorn en de veldesdoorn. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat ook de vederesdoorn (Acer negundo) de stof bevat.
De gewone esdoorn herken je onder meer aan:
- bladeren met gezaagde randen en een roodachtige steel
- bladeren die in de herfst nauwelijks verkleuren en donkergroen tot donkerbruin blijven
- gevleugelde zaden waarvan de vleugels in een vrij kleine hoek, ongeveer haaks, aan elkaar vastzitten; bij de andere soorten staan ze veel verder uit elkaar
Let niet alleen op bomen in je eigen wei. De zaden werken als kleine propellers en kunnen met de wind in een groot gebied rond de boom terechtkomen, en afgewaaide bladeren kunnen tot ongeveer 100 meter ver worden meegevoerd. Een esdoorn bij de buren of langs de weg kan dus ook een risico vormen.
Wanneer is het risico het grootst?
Atypische myopathie kent twee risicoseizoenen. In het najaar leveren vooral de zaden en de afgewaaide bladeren gevaar op. In het voorjaar zijn het de zaailingen: de kiemplantjes die uit gevallen zaden opkomen. De gifstof zit vooral in de zaden en de zaailingen, en minder in de bladeren.
De ziekte wordt vooral gezien tijdens of na een periode van koud, nat en winderig weer, bij paarden die weinig of niets worden bijgevoerd. Na een droge zomer kunnen bomen veel zaden vormen, en in een droog, koud voorjaar groeit het gras slecht, waardoor paarden eerder zaailingen eten. Volgens de Universiteit Utrecht is aangetoond dat paarden die minder dan zes uur per dag buiten lopen de aandoening vrijwel nooit krijgen. Jonge paarden die in het najaar grazen, lopen volgens dierenartsen extra risico.
Symptomen: zo herken je atypische myopathie
Een paard met atypische myopathie laat de typische signalen van een spierprobleem zien:
- niet willen lopen, of stijf en zwak bewegen
- veel liggen
- harde, pijnlijke spieren
- trillen en zweten
- donkere urine, vaak omschreven als de kleur van koffie zonder melk, door afbraakproducten van beschadigde spiercellen
Het verloop kan snel gaan. Soms wordt een paard liggend of zelfs dood in de wei gevonden. Staat je paard op een wei met esdoorns in de buurt en gedraagt het zich in de herfst of het voorjaar anders dan normaal, neem dat dan altijd serieus en kijk ook naar de andere paarden in de groep.
Wat doe je bij een vermoeden?
Atypische myopathie is een spoedgeval. Handel zo:
- Bel onmiddellijk je dierenarts en vertel dat je aan esdoornvergiftiging denkt.
- Beweeg je paard zo weinig mogelijk. Lopen en transport kunnen de spieren extra beschadigen. Zet het paard binnen, zo dicht mogelijk bij de plek waar het stond.
- Houd het warm en comfortabel. Een warme deken en een dikke laag strooisel helpen, zeker bij koud en nat weer.
- Haal de andere paarden van die wei en houd ze de dagen erna extra goed in de gaten. Ze hebben in dezelfde omgeving gegraasd.
Help de dierenarts met concrete informatie: sinds wanneer je de klachten ziet, of er esdoorns in of bij de wei staan, hoeveel uur per dag je paard buiten stond, of het werd bijgevoerd en of de urine verkleurd is. Heb je zaden of kiemplantjes uit de wei, bewaar die dan.
Hoe de dierenarts behandelt, en of opname in een kliniek nodig en verantwoord is, hangt af van de toestand van je paard. Reken niet op een goede afloop: volgens dierenartsen overlijdt een groot deel van de getroffen paarden, vaak binnen enkele dagen. Daarom ligt de nadruk zo sterk op voorkomen.
Preventie: houd de wei vrij van esdoornmateriaal
De Universiteit Utrecht en dierenartsen raden deze maatregelen aan:
- Voer bij. Staat je paard volledig op de wei en is er onvoldoende gras, geef dan genoeg ruwvoer van goede kwaliteit. Een paard met genoeg te eten, gaat minder snel op zoek naar zaden en zaailingen.
- Zet af. Voorkom dat je paard bij zaden, zaailingen en bladeren kan, bijvoorbeeld door de wei te verkleinen met schrikdraad en de stukken onder en rond esdoorns af te zetten.
- Ruim op. Haal bladeren en zaden actief uit de wei.
- Beperk de weidetijd in de risicoseizoenen, bijvoorbeeld door je paard op risicovolle percelen maar een paar uur per dag te laten grazen.
- Pas op met hooi. Esdoornzaailingen blijven ook gedroogd giftig, dus ook in hooi. Maai je een wei vol zaailingen, laat je paarden er dan pas weer op als de resten zijn vergaan.
- Plant geen nieuwe gewone esdoorns rond paardenweides. Bestaande esdoorns kappen wordt volgens het Universitair Dierenziekenhuis juist niet aangeraden; steek je energie liever in het schoonhouden van de wei.
- Bied beschutting, zodat je paard bij koud en nat weer kan schuilen.
Maak er in herfst en voorjaar een vaste ronde van: loop de wei af, kijk onder en rond bomen naar zaden en kiemplantjes, en let ook op de randen waar bladeren tegen het hek waaien. Paarden volledig op stal zetten wordt soms genoemd, maar volgens het Universitair Dierenziekenhuis is het beter om tijd en energie te steken in een wei die vrij blijft van zaden, zaailingen en bladeren. Twijfel je of een boom een gewone esdoorn is, vraag het dan na bij je dierenarts of een boomdeskundige.
