Kort antwoord
Een paard heeft dagelijks vrije beweging, ruwvoer als basis en contact met andere paarden nodig. Groepshuisvesting sluit daar volgens de Gids voor Goede Praktijken het best op aan; staat je paard in een box, dan is het advies minimaal vier uur beweging per dag buiten de box. Een box is minimaal twee keer de stokmaat in het kwadraat groot, bij een stokmaat van 1,65 meter dus ongeveer 10,9 m².
- Boxmaat
- minimaal (2 x stokmaat)², bij nieuwbouw minstens 12 m²
- Beweging bij boxhuisvesting
- minimaal 4 uur per dag buiten de box
- Licht in de stal
- minimaal 100 lux, 8 uur per dag
- Luchtvochtigheid
- optimaal 60 tot 70 procent
Wat heeft een paard nodig?
In de natuur is een paard zo'n zestien uur per dag in beweging en legt het 5 tot 30 kilometer af op zoek naar voer en water. Het leeft in een groep, eet steeds kleine hapjes ruwvoer en houdt als vluchtdier voortdurend zijn omgeving in de gaten. Die eigenschappen verdwijnen niet op stal, en daar moet huisvesting op aansluiten.
De Gids voor Goede Praktijken van de Sectorraad Paarden, de leidraad van de Nederlandse paardensector, vat de basisbehoeften samen in drie V's: vrijheid, voeding en vrienden. Concreet komt dat neer op:
- Beweging: zoveel mogelijk vrije beweging; in een box minimaal vier uur per dag buiten de box, waarvan minstens een half uur vrij.
- Ruwvoer: idealiter niet langer dan vier, en nooit langer dan zes uur zonder geschikt ruwvoer.
- Sociaal contact: minimaal andere paarden kunnen zien, liefst ook aanraken en besnuffelen. Het langdurig houden van één paard noemt de gids onwenselijk.
- Een droge, ruime ligplek: een paard bereikt de diepe slaap (REM-slaap) alleen als het plat op zijn zij kan liggen.
- Licht en frisse lucht, zonder tocht.
De gids is geen wet maar een praktische leidraad. Hij werkt de algemene zorgplicht uit de Wet dieren verder uit en is of wordt verankerd in reglementen van sport- en fokkerijorganisaties en in kwaliteitssystemen.
De box: maat, licht en lucht
Veel paarden staan een deel van de dag in een box. Een box maakt individuele verzorging makkelijk, maar is alleen een goede plek als hij ruim genoeg is en het paard er niet de hele dag in hoeft te staan.
Maat. Volgens Europees advies, dat de gids overneemt, is het vloeroppervlak minimaal twee keer de stokmaat in het kwadraat. De kortste zijde is minimaal anderhalf keer de stokmaat, zodat het paard zich makkelijk kan omdraaien, en het laagste punt van het plafond ligt minstens een meter boven de schofthoogte.
| Stokmaat | Minimale oppervlakte | Kortste zijde |
|---|---|---|
| tot 1,40 m | 7,8 m² | 2,10 m |
| tot 1,50 m | 9,0 m² | 2,25 m |
| tot 1,60 m | 10,2 m² | 2,40 m |
| tot 1,70 m | 11,6 m² | 2,55 m |
| tot 1,80 m | 13,0 m² | 2,70 m |
Bron: Gids voor Goede Praktijken, Sectorraad Paarden (2025), tabel 1. Bij nieuwbouw adviseert de gids minstens 12 m² per box.
Contact. Boxen horen zo gebouwd te zijn dat paarden elkaar kunnen zien en waar mogelijk ook aanraken, bijvoorbeeld via tralies, een open wand naar een buurpaard of een buitenluik. Iedere box heeft in elk geval aan één zijde tralies of is daar open.
Klimaat. De gids noemt een optimale luchtvochtigheid van 60 tot 70 procent, minimaal 100 lux licht gedurende acht uur per dag en goede ventilatie zonder tocht. Een eenvoudige toets: ruik je zelf ammoniak, dan moet er vaker worden uitgemest en beter worden geventileerd. Hooi en stro worden bij voorkeur niet boven de paarden opgeslagen, vanwege het stof.
Stands, waarin paarden permanent vastgebonden staan, zijn sinds 1 januari 2017 verboden.
Buitenstal, groepshuisvesting en paddock paradise
Open stal. Hierbij staan paarden in een schuilstal met een aangrenzende paddock of weide, waar ze dag en nacht naartoe kunnen. Paarden verdragen van nature vrij lage temperaturen, zolang ze droog kunnen liggen, beschutting hebben en genoeg ruwvoer krijgen om zichzelf warm te houden. Voor paarden die buiten staan, raadt de gids een schuilstal of bossage aan tegen zon, wind en regen.
Groepshuisvesting. Volgens de gids sluit groepshuisvesting het best aan op het sociale gedrag van paarden. Een groep kan in een open stal of in een gesloten loopstal staan. Voorwaarden: genoeg ruimte zodat alle paarden tegelijk kunnen liggen en elkaar kunnen ontwijken, voldoende plek aan het voerhek en minstens twee waterpunten, zodat een dominant paard het water niet kan claimen. Een stabiele groep met weinig wisselingen geeft de meeste rust. Nieuwe paarden introduceer je geleidelijk, om stress en verwondingen te beperken.
Paddock paradise. Dit concept, bedacht door Jaime Jackson naar het voorbeeld van wilde paarden, is een pad of 'track' rond een weide of terrein. Voer, water en schuilplekken liggen verspreid over het pad, zodat paarden meer gaan lopen, zoals ze in de natuur ook doen. Het vraagt om een goede ondergrond en een doordachte indeling, maar levert veel beweging op zonder dat jij daar elke dag uren mee bezig bent.
Weidegang
Weidegang is voor veel paarden het hoogtepunt van de dag: vrij bewegen, grazen en samen zijn met soortgenoten. Gras telt mee als ruwvoer, maar vraagt ook om aandacht:
- Afrastering: deugdelijk en veilig, zonder prikkeldraad aan de binnenzijde.
- Ruimte: een weide of paddock moet zo groot zijn dat paarden elkaar kunnen ontwijken.
- Graslandbeheer: op overbegraasde weiden neemt de kans op zandkoliek, diarree, parasieten, tekorten en het eten van giftige planten toe. Controleer de weide en de randen op giftige planten en bomen.
- Overgewicht en hoefbevangenheid: bij gevoelige paarden kan veel gras leiden tot vervetting en hoefbevangenheid. Beperk dan de weidetijd of gebruik een kleiner stuk.
- Water en ruwvoer: staat je paard langer dan vier uur buiten, dan moeten daar ook water en ruwvoer zijn.
Staan er esdoorns in of bij de weide? Lees dan ook over atypische myopathie, een ernstige spierziekte die samenhangt met het eten van zaden en zaailingen van de gewone esdoorn.
Pensionvormen: wie doet wat?
Staat je paard niet thuis, dan kies je een pensionvorm. De namen worden niet overal hetzelfde gebruikt, dus vraag altijd wat er precies in de prijs zit.
- Volpension: de stal voert, mest uit en zet je paard vaak naar binnen en buiten. Jij komt vooral om te rijden en te verzorgen.
- Halfpension: je doet zelf een deel van het werk, bijvoorbeeld het uitmesten.
- Zelfverzorging: je huurt een box of plek en doet alles zelf, van voeren en uitmesten tot hooi en strooisel inkopen.
- Weidepension: je paard staat een deel van het jaar dag en nacht buiten, meestal in een groep, met een schuilgelegenheid.
Wat elke vorm ongeveer kost, lees je in ons artikel over de kosten van een paard. Houd bij je keuze ook rekening met je eigen agenda: zelfverzorging is goedkoper, maar betekent dat je elke dag naar stal moet, ook bij slecht weer en in het weekend, of dat je vervanging regelt.
Waar let je op bij een pensionstal?
Ga altijd langs, liefst op een gewone doordeweekse dag en rond voertijd. Kijk vooral naar de paarden zelf: staan ze er ontspannen bij, zijn ze in goede conditie en reageren ze nieuwsgierig? Neem deze vragen mee:
- Hoeveel uur per dag komen de paarden buiten de box, in weide of paddock, ook in de winter?
- Staan paarden alleen of in groepen, en kunnen ze elkaar op stal zien en aanraken?
- Hoe vaak wordt er ruwvoer gegeven, en hoe lang staan paarden 's nachts zonder?
- Hoe groot zijn de boxen, en is er voldoende licht en frisse lucht?
- Zijn afrastering, stallen en stalgang veilig, zonder uitsteeksels of prikkeldraad?
- Welk vaccinatie- en wormbeleid geldt er, en hoe gaat de stal om met nieuwe paarden?
- Wie houdt toezicht, en wie belt de dierenarts als er 's avonds iets is?
- Zijn er brandblussers, duidelijke vluchtroutes en een plan om paarden bij brand snel naar buiten te krijgen?
- Welke faciliteiten zitten in de prijs, zoals bak, rijhal, stapmolen, weide en zadelkamer?
- Wat zijn de huisregels en de opzegtermijn?
Vraag ook of de stal werkt volgens de Gids voor Goede Praktijken. Een goede staleigenaar legt graag uit hoe de zorg is ingericht, ook op punten waar het (nog) niet helemaal volgens het ideaal gaat.
