Kort antwoord
Koliek is een verzamelnaam voor buikpijn bij paarden. Signalen zijn onder meer rollen, naar de flanken kijken, schrapen, niet eten en geen mest produceren. Bel bij een vermoeden altijd direct je dierenarts en wacht niet af of het vanzelf overgaat.
- Bij een vermoeden
- Direct je dierenarts bellen
- Voer
- Weghalen tot de dierenarts er is
- Rollen
- Niet met geweld tegenhouden, wel een veilige plek
- Hartslag in rust
- Ongeveer 28 tot 40 per minuut; hoger vraagt meer spoed
Wat is koliek?
Koliek is geen ziekte op zich, maar een verzamelnaam voor ziektebeelden waarbij een paard buikpijn heeft. De oorzaak zit meestal in het maagdarmkanaal, maar soms komt de pijn van buiten het maagdarmkanaal; dat heet schijnbare koliek. De ernst loopt sterk uiteen. Een lichte krampkoliek kan snel voorbij zijn, terwijl een darm die verplaatst of gedraaid is alleen met een operatie te verhelpen is.
Van buitenaf kun je niet zien of je paard een lichte kramp heeft of een darmverplaatsing. Daarom is buikpijn bij een paard volgens het Universitair Dierenziekenhuis in Utrecht altijd een reden om direct de dierenarts te bellen. Hoe eerder de dierenarts erbij is, hoe meer mogelijkheden er zijn, ook als je paard naar een kliniek moet.
Wie de normale waarden van zijn paard kent, ziet sneller dat er iets mis is. De hartslag in rust ligt bij een volwassen paard meestal tussen ongeveer 28 en 40 slagen per minuut. Hoe hoger de hartslag bij koliek, hoe meer spoed er doorgaans nodig is. Op de pagina Gezondheid van je paard lees je hoe je hartslag, ademhaling en temperatuur meet.
Signalen van koliek herkennen
Een paard met buikpijn laat dat op verschillende manieren zien. Let op:
- onrust: schrapen met een voorbeen, liggen en weer opstaan, rondjes lopen
- rollen, of steeds willen gaan liggen
- omkijken naar de flanken of trappen naar de buik
- zweten zonder inspanning
- gestrekt of wijdbeens staan, alsof het paard wil plassen
- flemen: de bovenlip omhoog krullen
- niet of minder eten
- minder of geen mest
- een verhoogde hartslag en snellere ademhaling
- sloom zijn, met het hoofd laag
Niet elk paard met koliek rolt of zweet. Soms zijn de signalen subtiel: een paard dat zijn hooi laat liggen, minder mest in de stal heeft dan normaal of er gewoon anders bij staat. Ken je de gewoontes van je paard, dan valt dat sneller op. Tel bij twijfel de hartslag en kijk naar het tandvlees: bleek tandvlees is een alarmsignaal.
Wat doe je terwijl je op de dierenarts wacht?
- Bel direct. Vertel wat je ziet, sinds wanneer, wanneer je paard voor het laatst at en mestte, en de hartslag als je die veilig kunt meten. Volg daarna de aanwijzingen van je dierenarts.
- Haal het voer weg, ook het hooi. Vraag je dierenarts of je paard water mag houden.
- Let op je eigen veiligheid. Een paard met pijn kan onverwacht gaan liggen, rollen of trappen. Blijf buiten bereik en ga niet bij een rollend paard in de stal staan.
- Kies een veilige plek. Een ruime stal met dik strooisel, een bak of een rustig deel van de paddock werkt goed. Haal emmers, voerbakken en andere obstakels weg waaraan je paard zich kan verwonden.
- Laat rustig stappen als dat je paard helpt. Bij lichte klachten kan tien tot vijftien minuten aan de hand stappen prettig zijn. Dwing je paard niet om te lopen en loop het zeker niet urenlang af.
- Houd rollen niet met geweld tegen. Volgens de huidige inzichten maakt rollen koliek niet erger. Zorg wel dat het veilig kan.
- Geef niets zelf. Geen pijnstillers of huismiddeltjes zonder overleg met je dierenarts. Pijnstilling kan de signalen maskeren waarop de dierenarts zijn beoordeling baseert.
- Denk alvast aan vervoer. Moet je paard naar een kliniek, dan scheelt het tijd als je weet wie kan rijden en waar de trailer staat. Of je paard vervoerd kan worden, beoordeelt de dierenarts.
Schrijf tijdens het wachten kort op wat je ziet: het tijdstip, de hartslag als je die veilig kunt tellen, of je paard mest of plast, en hoe het gedrag verandert. Zo kan de dierenarts bij aankomst meteen zien hoe de klachten zich hebben ontwikkeld.
Veelvoorkomende oorzaken van koliek
Achter de verzamelnaam koliek zitten verschillende problemen. De bekendste:
- Krampkoliek: pijn door verkramping van de darmen.
- Gaskoliek: gasophoping in de darmen, bijvoorbeeld wanneer het gras in voorjaar en najaar veel suikers bevat.
- Verstoppingskoliek: voer dat vastloopt, vaak op een plek waar de darm van nature nauwer is.
- Zandkoliek: zand dat een paard binnenkrijgt en dat zich geleidelijk in de darmen ophoopt.
- Koliek door een onderliggend probleem, zoals wormen of maagzweren.
- Darmverplaatsing of darmdraaiing: het grootste deel van de darmen ligt vrij los in de buik en kan verschuiven of draaien. Dit vraagt om een operatie.
Volgens de REACT-campagne stijgt het risico op koliek na recente veranderingen in voeding of management, bij paarden die al eerder koliek hadden en met het ouder worden. Dat betekent niet dat je elk risico kunt uitsluiten, wel dat je met je dagelijkse routine veel kunt doen.
Koliek voorkomen: wat je zelf kunt doen
Een deel van de koliekgevallen heeft een oorzaak waar je weinig aan kunt doen. Toch verklein je het risico met een paar vaste gewoontes:
- Voer geleidelijk om. Een nieuwe partij hooi, ander krachtvoer of de overgang naar vers gras in het voorjaar: bouw het in stappen op, zodat de darmen zich kunnen aanpassen. Lees meer over de voeding van je paard.
- Maak ruwvoer de basis. Gras en hooi horen het grootste deel van het rantsoen te vormen. Geef krachtvoer liever in meerdere kleine porties dan in één grote maaltijd.
- Zorg voor water. Vers water moet altijd beschikbaar zijn. Controleer ook of je paard echt drinkt, zeker in de winter als water kan bevriezen.
- Zorg voor beweging. Voldoende beweging en weidegang helpen. Vermijd plotselinge veranderingen, zoals van de ene op de andere dag volledig op stal na een periode van dag en nacht buiten.
- Laat het gebit controleren. Een jaarlijkse controle helpt je paard zijn voer goed te kauwen. Zie het gebit van je paard.
- Houd wormen in toom. Doe regelmatig mestonderzoek en ontworm gericht. Hoe dat werkt, lees je bij ontwormen.
- Let op de timing. Voer niet vlak voor of direct na zware inspanning.
- Beperk stress. Een verhuizing, alleen komen te staan of ineens veel minder bewegingsruimte zijn voor een paard ingrijpend. Bouw zulke veranderingen waar het kan rustig op.
Bespreek na een koliekaanval met je dierenarts wat de waarschijnlijke oorzaak was. Een paard dat al eens koliek had, loopt meer risico, dus juist dan loont het om voeding, beweging en routine nog eens kritisch na te lopen.
