Kort antwoord
Laat het gebit van een volwassen paard in de regel één keer per jaar controleren, en dat van een jong paard tot ongeveer vijf à zes jaar twee keer per jaar. Een gebitsverzorger mag raspen en scherpe randen bijwerken, maar tanden of kiezen trekken en verdoven met een injectie mag in Nederland alleen een dierenarts.
- Volwassen paard
- Meestal 1 keer per jaar controle
- Jong paard (tot 5 à 6 jaar)
- 2 keer per jaar controle
- Trekken en verdoven met een injectie
- Alleen door een dierenarts
Waarom het gebit van je paard controle nodig heeft
Een paard dat veel ruwvoer eet, is een groot deel van de dag aan het kauwen. Daarbij slijten de kiezen, maar niet altijd gelijkmatig. Zo ontstaan glazuurpunten: scherpe richels aan de kiezen die de wang en tong kunnen verwonden. Ook haken komen voor, uitsteeksels aan de voorste of achterste kiezen die het gehemelte, de lippen, de tong en het wangslijmvlies beschadigen. Dat doet pijn bij het kauwen en kan ongemak geven zodra er een bit in de mond ligt.
Het lastige is dat de meeste paarden bij beginnende gebitsproblemen niets laten merken. Tegen de tijd dat je signalen ziet, speelt een probleem vaak al een tijd. Daarom is een vaste controle zinvoller dan wachten tot er iets misgaat. Bij een controle worden scherpe randen op tijd bijgewerkt, en vallen beginnende problemen zoals loszittende kiezen of voedselresten tussen de kiezen eerder op.
Signalen van gebitsproblemen
Laat je paard eerder dan gepland nakijken als je een of meer van deze signalen ziet:
- proppen maken: halfgekauwd voer in propjes uit de mond laten vallen
- knoeien met krachtvoer, slecht eten of opvallend traag eten
- vermageren zonder duidelijke oorzaak
- een vieze geur uit neus of mond
- neusuitvloeiing aan één kant
- knarsetanden
- een zwelling op de kaak
- onrust met het hoofd: schudden, het hoofd scheef houden of problemen met de aanleuning
- bokken of staken onder het zadel, of ander gedrag dat je niet van je paard kent
Veel van deze signalen kunnen ook een andere oorzaak hebben. Aanleuningsproblemen kunnen bijvoorbeeld ook met het zadel, de rug of de manier van rijden te maken hebben, en vermageren met voeding of wormen. Een gebitscontrole is dan een logische eerste stap om een oorzaak uit te sluiten of juist te vinden.
Hoe vaak laat je het gebit controleren?
Een vast getal voor alle paarden bestaat niet, maar de meeste adviezen komen op het volgende neer:
| Leeftijd | Advies | Waarom |
|---|---|---|
| Veulen en jaarling | Enkele controles in de eerste levensjaren | Jaarlingen kunnen al scherpe hoeken aan de tanden hebben die pijnlijke wangen geven |
| Jong paard tot ongeveer 5 à 6 jaar | Twee keer per jaar | Wisselen van melktanden en melkkiezen; controle voordat het eerste bit in de mond gaat |
| Volwassen paard | Meestal één keer per jaar | Scherpe randen en haken bijhouden voordat ze klachten geven |
| Ouder paard (vanaf ongeveer 15 jaar) | Vaak vaker dan jaarlijks, in overleg | Versleten of loszittende tanden en kiezen en achterblijvende voedselresten |
Tussen ongeveer 2,5 en 4,5 jaar wisselt een paard zijn snijtanden, en ook de melkkiezen worden in die periode vervangen. Soms blijft een restje van een melkkies op de nieuwe kies zitten. Zo'n dop kan ongemak geven en valt bij een controle op. Heeft je paard specifieke problemen, dan kan de behandelaar een korter interval adviseren.
Bij oudere paarden verschuift de aandacht. Tanden en kiezen kunnen verslijten of los gaan zitten, en tussen de kiezen blijven gemakkelijker voedselresten achter. Kauwt je paard daardoor minder goed, dan kan aangepast voer helpen. Bespreek dat met je dierenarts en lees meer over de voeding van je paard.
Wie mag het gebit van je paard behandelen?
In Nederland werken zowel dierenartsen als gebitsverzorgers (vaak paardentandarts genoemd) aan paardengebitten. Wat een gebitsverzorger die geen dierenarts is mag doen, is begrensd:
- Wel: gebitsbehandelingen zoals raspen en vijlen, om scherpe randen en haken bij te werken.
- Niet: tanden of kiezen trekken, omdat daarbij levend weefsel wordt verbroken. Dat mag alleen een dierenarts.
- Niet: een paard verdoven of kalmeren met een injectie. Ook dat is voorbehouden aan de dierenarts. Kalmerende middelen via de mond moeten door een dierenarts worden voorgeschreven.
De NVWA heeft deze bevoegdheden op een rij gezet, en de KNHS en de Sectorraad Paarden hebben dat overzicht onder paardenhouders verspreid. Een gebitsverzorger die zonder dierenarts een paard verdooft met een injectie of een kies trekt, overtreedt dus de regels.
De kwaliteit verschilt per behandelaar. De Nederlandse Vereniging voor Gebitsverzorging van het Paard (NVVGP) certificeert sinds 2015 gebitsverzorgers en dierenartsen na examen en training, en op haar website zie je wie gecertificeerd is. Vraag een behandelaar gerust naar opleiding en certificering, en naar de samenwerking met een dierenarts als sedatie of een extractie nodig is. Bij complexere problemen kan een dierenarts aanvullend onderzoek doen, zoals röntgenfoto's of een CT-scan.
Wolfskiezen en het bit
Wolfskiezen zijn kleine kiesjes die vlak voor de rij kiezen kunnen zitten. Voor het kauwen hebben ze geen functie, maar ze zitten vaak precies op de plek waar het bit ligt. Raakt het bit een wolfskies, dan kan dat pijn doen en tot rijproblemen leiden, zoals hoofdschudden of een onrustige aanleuning.
Daarom is het verstandig om de mond van een jong paard te laten controleren voordat het voor het eerst een bit krijgt. Zitten wolfskiezen in de weg, dan kan de dierenarts adviseren ze te verwijderen. Omdat dat een extractie is, valt die ingreep onder de handelingen die alleen een dierenarts mag uitvoeren.
Klachten met het bit hebben niet altijd met wolfskiezen te maken. Scherpe randen aan de voorste kiezen, een slecht passend hoofdstel of een bit van de verkeerde maat kunnen vergelijkbaar gedrag geven. Laat bij twijfel eerst het gebit nakijken en loop daarna je uitrusting na.
Wat gebeurt er tijdens een gebitscontrole?
De behandelaar bekijkt eerst het hoofd van buitenaf en voelt aan kaken en wangen. Daarna gaat de mond open met een mondsperre, een frame dat de mond veilig openhoudt, zodat alle tanden en kiezen bekeken en gevoeld kunnen worden. Scherpe punten en haken worden met handraspen of elektrische apparatuur bijgewerkt.
Vraag na afloop wat er is gevonden en gedaan, en of er iets is dat bij de volgende controle extra aandacht nodig heeft. Zo bouw je door de jaren heen een beeld op van het gebit van jouw paard, en valt een verandering sneller op. Noteer de datum en de bevindingen, bijvoorbeeld in je agenda, dan weet je ook meteen wanneer de volgende controle eraan komt.
