Kort antwoord
De basisvaccinaties voor een paard zijn influenza (paardengriep) en tetanus. Na een basisenting volgen vaste herhalingen, en voor KNHS-wedstrijden is een geldige influenzavaccinatie verplicht. Vaccinatie tegen rhinopneumonie of het westnijlvirus bespreek je met je dierenarts, afhankelijk van de situatie van je paard.
- Verplicht voor KNHS-wedstrijden
- Influenza, geregistreerd in het paspoort
- Basisenting influenza
- 3 vaccinaties (sinds 1 april 2024)
- Laatste enting voor een wedstrijd
- Minimaal 7 dagen ervoor
- Westnijlvirus
- Niet verplicht, overleg met je dierenarts
Welke vaccinaties heeft je paard nodig?
De basisvaccinaties voor een paard zijn influenza (paardengriep) en tetanus (klem). Daarnaast kun je in overleg met je dierenarts vaccineren tegen rhinopneumonie, veroorzaakt door het equine herpesvirus (EHV), en tegen het westnijlvirus. Of die extra vaccinaties zinvol zijn, hangt af van de situatie van je paard. Gaat het veel op pad, staat het op een stal waar vaak paarden wisselen, of is het een drachtige merrie?
Influenza is een virusinfectie van de luchtwegen die gemakkelijk overgaat door contact tussen paarden. Waar veel paarden samenkomen, zoals op wedstrijden en grote stallen, kan het virus zich snel verspreiden. Voor deelname aan KNHS-wedstrijden is influenzavaccinatie daarom verplicht, en ook een stal of pension kan het in het stalreglement eisen.
Tetanus wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani, die in de bodem voorkomt. Via een wond, zoals een steekwond of een wond met veel afgestorven weefsel, kan de bacterie het lichaam binnenkomen en ernstige verlammingsverschijnselen veroorzaken. Paarden zijn extra gevoelig voor tetanus. Omdat een paard altijd kans heeft op een wondje, hoort tetanus bij de basis, ook voor paarden die nooit op wedstrijd gaan. De tetanusvaccinatie wordt vaak gecombineerd met die tegen influenza.
Het vaccinatieschema in grote lijnen
Elke vaccinatie begint met een basisenting: een reeks van twee of drie injecties waarmee het afweersysteem leert de ziekteverwekker te herkennen. Daarna volgen herhalingsentingen (boosters) om de bescherming op peil te houden. Veulens krijgen hun eerste enting meestal rond de leeftijd van een half jaar. Het precieze schema hangt af van het vaccin, dus volg altijd het advies van je dierenarts.
| Vaccinatie | Basisenting | Herhaling |
|---|---|---|
| Influenza | 3 injecties (termijnen: zie de wedstrijdregels hieronder) | Jaarlijks |
| Tetanus | Vergelijkbaar met influenza, vaak in één combinatievaccin | Volgens advies van je dierenarts, vaak om de twee jaar |
| Rhinopneumonie (EHV) | 2 injecties met 4 tot 6 weken ertussen | Elk half jaar |
| Westnijlvirus | 2 injecties met 4 tot 6 weken ertussen, in het vroege voorjaar | Jaarlijks, voor het muggenseizoen |
Drachtige merries hebben een eigen schema. Een influenzavaccinatie in de laatste maanden van de dracht zorgt ervoor dat het veulen via de biest (de eerste melk) afweerstoffen meekrijgt. Tegen rhinopneumonie worden drachtige merries vaak gevaccineerd in de vijfde, zevende en negende maand van de dracht.
Rhinopneumonie (EHV): wanneer is vaccineren zinvol?
Rhinopneumonie wordt veroorzaakt door het equine herpesvirus, vooral EHV-1 en EHV-4. Het virus kan zich op verschillende manieren uiten: als verkoudheid met luchtwegklachten, als abortus bij drachtige merries en als neurologische vorm.
Vaccineren voorkomt niet dat je paard rhinopneumonie krijgt, maar volgens het Universitair Dierenziekenhuis in Utrecht zijn de luchtwegklachten bij gevaccineerde paarden veel minder erg. Gevaccineerde paarden verspreiden ook minder virus, waardoor de infectiedruk op een stal daalt. Alle geregistreerde vaccins beschermen tegen de luchtwegvorm van EHV-1 en EHV-4. Voor de abortusvorm claimt één vaccin bescherming, en tegen de neurologische vorm is geen vaccin geregistreerd.
Vaccinatie tegen rhinopneumonie is vooral zinvol voor jonge paarden, sportpaarden en drachtige merries, en op stallen waar veel paarden samenkomen. Omdat de herhaling elk half jaar nodig is, vraagt het wel discipline. Bespreek met je dierenarts of het voor jouw paard de moeite waard is.
Westnijlvirus: nu ook bij Nederlandse paarden
Het westnijlvirus wordt overgebracht door muggen. Het kwam al langer voor in Zuid- en Oost-Europa en heeft zich verspreid naar onder meer Duitsland, België en Nederland. In oktober 2025 werd in Zuid-Holland voor het eerst een paard in Nederland besmet. In de zomer van 2026 volgde een veel grotere uitbraak: eind september 2026 telde Royal GD al meer dan honderd besmette paarden, verspreid over Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. De actuele stand vind je in het dossier van Royal GD. Bij paarden verloopt een infectie meestal zonder duidelijke verschijnselen. Soms zijn er milde klachten zoals koorts en sloomheid, en in ongeveer 10 procent van de gevallen ontstaan neurologische verschijnselen, zoals wankelen, spiertrillingen en verlamming. Een vermoeden van westnijlvirus moet je melden bij de NVWA; die meldplicht geldt ook voor jou als eigenaar. Zie je neurologische verschijnselen, bel dan meteen je dierenarts.
Vaccinatie tegen het westnijlvirus is in Nederland niet verplicht en volgens de NVWA ook niet standaard geadviseerd. Een vaccinatie biedt geen volledige bescherming, maar verkleint de kans op klachten en maakt ze minder ernstig. Nu het virus in 2026 in meerdere provincies bij paarden is vastgesteld, is het verstandig om met je dierenarts te bespreken of vaccineren voor jouw paard zinvol is, zeker als het in of bij een gebied met besmettingen staat. Volgens Royal GD vaccineer je het best in het vroege voorjaar, vier tot zes weken voordat het muggenseizoen begint.
Daarnaast kun je de blootstelling aan muggen beperken. De NVWA adviseert om staand water rond de stal weg te halen (emmers, goten, bakken), het drinkwater minstens wekelijks te verversen en paarden binnen te halen voor de avondschemering, als veel muggen actief zijn.
Registratie in het paardenpaspoort
Elk paard, elke pony en elke ezel in Nederland moet een paardenpaspoort hebben, en het originele paspoort moet altijd bij het dier zijn, ook als het niet bij de eigenaar staat. De dierenarts noteert de vaccinaties in het paspoort. Influenzavaccinaties komen in hoofdstuk VII, vaccinaties tegen andere ziekten in hoofdstuk VIII.
Voor wedstrijden telt een vaccinatie alleen als de vermelding compleet is. De KNHS eist per enting de batchsticker of het serienummer van het vaccin, de datum, en de handtekening en het (praktijk)stempel van de dierenarts die de vaccinatie heeft gegeven. Kijk na elk bezoek even of alles is ingevuld: een ontbrekend stempel kan betekenen dat je paard op wedstrijddag niet mag starten.
Houd daarnaast zelf een overzicht bij, bijvoorbeeld in je agenda. Dan zie je op tijd wanneer de volgende herhaling eraan komt.
Vaccinatie-eisen voor wedstrijden
Voor KNHS-wedstrijden is een geldige influenzavaccinatie verplicht. Volgens de regels die de KNHS publiceert, geldt in het kort:
- Basisenting van drie vaccinaties voor paarden die in 2022 of later zijn geboren en voor alle basisentingen vanaf 1 april 2024. De tweede enting volgt minimaal 21 en maximaal 60 dagen na de eerste, de derde minimaal 120 dagen en maximaal 6 maanden en 21 dagen na de tweede.
- Tussen de eerste en tweede enting mag je paard niet aan wedstrijden meedoen. Tussen de tweede en derde enting mag dat wel.
- Jaarlijkse herhaling: is de vorige enting op 1 maart gegeven, dan moet de volgende uiterlijk op 1 maart het jaar erna gegeven zijn.
- Zeven dagen: een vaccinatie moet minimaal zeven dagen voor de (eerste) wedstrijddag zijn gegeven.
Voor paarden die vóór 2022 zijn geboren en hun basisenting eerder kregen, bestond de basisenting uit twee entingen met 21 tot 92 dagen ertussen. Rijd je internationale FEI-wedstrijden, dan gelden strengere regels: daar moet de laatste herhaling binnen 6 maanden en 21 dagen voor aankomst op het evenement zijn gegeven, en niet binnen zeven dagen ervoor.
Reglementen worden regelmatig aangepast. Controleer daarom voordat je inschrijft altijd de actuele versie van het Algemeen Wedstrijdreglement (artikel 47 gaat over de controle van wedstrijddocumenten) of de helpdesk van de KNHS. Stamboeken kunnen voor keuringen en evenementen eigen eisen hanteren.
