Kort antwoord
De Welsh pony is een ponyras uit Wales dat in vier secties wordt gefokt. Volgens het Nederlandse stamboek NWPCS is sectie A (Welsh Mountain) maximaal 121,9 centimeter, sectie B (Welsh pony) maximaal 137,2 centimeter, sectie C (Welsh pony van het Cobtype) maximaal 136,9 centimeter en sectie D (Welsh Cob) minimaal 137 centimeter. De kleinere secties zijn geschikt voor kinderen, de Welsh Cob ook voor volwassenen.
- Herkomst
- Wales
- Stokmaat
- Van max. 121,9 cm (A) tot boven 137 cm (D)
- Stamboek
- NWPCS en WPCV
- Geschikt voor
- Kinderen en volwassenen, rijden en mennen
Wat is een Welsh pony?
De Welsh pony is een ponyras uit Wales dat wordt ingedeeld in secties op basis van stokmaat en type. De kleinste, de Welsh Mountain Pony (sectie A), staat aan de basis van de hele Welsh fokkerij. Daarnaast kent het ras een elegante rijpony (sectie B), een robuuste pony van het cobtype (sectie C) en de grote Welsh Cob (sectie D).
Het Nederlands Welsh Pony en Cob Stamboek (NWPCS) noemt de Welsh daarom een familiepony bij uitstek: er is een maat voor kleine kinderen, voor grotere kinderen en voor volwassenen, en alle secties worden ook aangespannen gebruikt.
De secties A tot en met D op een rij
| Sectie | Naam | Stokmaat (NWPCS) | Type en gebruik |
|---|---|---|---|
| A | Welsh Mountain Pony | maximaal 121,9 cm | Sobere, intelligente pony; rijpony voor kleine kinderen en veel gezien in de mensport |
| B | Welsh pony | maximaal 137,2 cm | Kwaliteitsvolle rijpony met rijtypische bewegingen; onder het zadel en aangespannen |
| C | Welsh pony van het Cobtype | maximaal 136,9 cm | Robuuste, moedige pony met veel uithoudingsvermogen; voor kinderen en volwassenen |
| D | Welsh Cob | vanaf 137 cm, geen bovengrens | Indrukwekkend en krachtig in beweging; voor volwassenen, onder het zadel en aangespannen |
In Engelse bronnen worden de maten in hands gegeven: 12 hands voor sectie A en 13.2 hands als grens voor de secties B, C en D. Het NWPCS kent daarnaast twee eigen secties voor rijpony's op Welsh grondslag: de Nederlandse Welsh Rijpony (NWR), met minimaal 25 procent Welsh bloed uit sectie A of B, en de WPBR, vergelijkbaar met het Welsh Part Bred Register in Groot-Brittannië. Dat zijn sportpony's met Welsh in de afstamming, geen raszuivere Welsh pony's.
Herkomst en geschiedenis
Pony's leven al duizenden jaren in de heuvels van Wales, waar een ruw klimaat en schrale begroeiing sobere, taaie dieren vormden. In de achttiende en negentiende eeuw werd onder meer Arabisch bloed ingebracht, en later ook volbloed en Hackney. In 1901 richtten Welshe en Engelse fokkers de Welsh Pony and Cob Society op, en in 1902 verscheen het eerste stamboek. Die vereniging is nog altijd het moederstamboek van het ras.
Nederland leerde de Welsh pony pas laat kennen. Volgens het NWPCS was de Shetlander tot 1958 het enige ponyras in ons land, terwijl er behoefte was aan een wat grotere pony voor werk en sport. Na de eerste import uit Wales werd op 15 mei 1959 het Nederlands Welsh Pony Stamboek opgericht. In 1994 veranderde de naam in Nederlands Welsh Pony en Cob Stamboek. Volgens het stamboek zelf is het inmiddels een van de grootste ponystamboeken van Nederland.
Stamboeken in Nederland
RVO erkent in Nederland twee verenigingen voor de Welsh: het Nederlands Welsh Pony en Cob Stamboek (NWPCS) voor Welsh pony's en cobs, en de Welsh Pony en COB Vereniging (WPCV) voor de Welsh pony. Beide werken met de Welsh Pony and Cob Society in Wales als moederstamboek.
Het NWPCS organiseert onder meer een centrale hengstenkeuring, regionale keuringen en een verrichtingsonderzoek, en geeft fokkers informatie over inteelt en verwantschap. De sectie van een pony staat in de stamboekpapieren; controleer die bij aankoop, want een NWR of WPBR is iets anders dan een raszuivere sectie B.
Karakter en geschiktheid
Het NWPCS omschrijft de Welsh Mountain als een sobere, intelligente pony met een karakter dat temperamentvol maar zeer eerlijk is. De Welsh Cob heeft volgens het stamboek veel temperament dat zich uitermate goed laat leiden. Welsh pony's worden vaak omschreven als alert en werkwillig. Voor een kind dat al wat rijervaring heeft is dat heerlijk, maar een heel jong of onzeker kind kan een pittige pony lastig vinden. Kijk daarom vooral naar het individuele dier en zijn opleiding.
Per sectie ligt het gebruik ongeveer zo:
- Sectie A: rijpony voor de allerkleinsten tot iets grotere kinderen, en een vaste waarde in de mensport.
- Sectie B: sportieve rijpony voor kinderen, onder het zadel en in alle takken van de aangespannen sport.
- Sectie C: allrounder die door kinderen en volwassenen wordt gereden en veel wordt aangespannen.
- Sectie D: de Welsh Cob, een metgezel voor volwassenen met een voorkeur voor pony's, onder het zadel en voor de wagen.
Wil je met je pony wedstrijden rijden, houd dan rekening met de KNHS-ponycategorieën, die op stokmaat zijn gebaseerd. Een Welsh A valt daarin in categorie A (tot 117 centimeter) of B (117 tot en met 126,9 centimeter). Een Welsh B of C valt meestal in categorie B of C; een Welsh B die 137 centimeter of meer meet, valt in categorie D. Een Welsh Cob valt in categorie D of E, of is groter dan de ponycategorieën. De officiële meting bepaalt in welke categorie je start.
Wil je weten welke maat en welk type bij jou of je kind past, dan is een paar lessen op verschillende pony's een goede eerste stap. Een instructeur ziet snel of de combinatie klopt.
Gezondheid en voeding
Welsh pony's zijn gehard en sober, en dat is meteen het belangrijkste aandachtspunt. De Universiteitskliniek voor Paarden in Utrecht noemt de Welsh Cob bij de rassen die gevoelig zijn voor het equine metabool syndroom (EMS), omdat ze zich goed kunnen aanpassen aan voedselarme omstandigheden. Krijgen zulke pony's het hele jaar door energierijk gras en krachtvoer, dan gebruiken ze hun vetreserves in de winter niet meer op en worden ze elk jaar een beetje dikker. Dat verhoogt het risico op hoefbevangenheid. Ook de kleinere secties zijn sobere pony's, dus houd bij elke Welsh het gewicht goed in de gaten.
Praktisch betekent dat: ruwvoer als basis, beperkte weidegang op jong, rijk gras, voldoende beweging en krachtvoer alleen als de pony hard werkt en het echt nodig heeft. Let op vetophoping in de manenkam en rond de staartbasis. Laat een te dikke pony niet plotseling vasten, maar laat hem geleidelijk afvallen in overleg met je dierenarts: bij sobere ponyrassen kan een tekort aan energie leiden tot hyperlipemie (bloedvervetting). Meer over een passend rantsoen lees je in onze gids over voeding.
Twijfel je of je pony al insulineresistent is, dan kan je dierenarts dat met bloedonderzoek en een tolerantietest nagaan. Hoefbevangenheid laat bovendien sporen na: volgens de Universiteitskliniek herken je de chronische vorm aan kenmerkende ringen op de hoefwand. Bespreek die signalen met je hoefsmid en dierenarts, en houd de hoefverzorging op een vast ritme.
