Kort antwoord
Een tinker is een stevig, vaak bont paard met veel behang, oorspronkelijk gefokt door reizigersfamilies in Ierland en Groot-Brittannië om woonwagens te trekken. In het Engels heet hij vaak Gypsy Cob of Irish Cob, in de Verenigde Staten Gypsy Vanner. In Nederland registreert het Nederlands Stamboek voor Tinkers (NSvT) de tinker, en de Irish Cob Society Nederland (ICS) de Irish Cob als apart erkend ras.
- Herkomst
- Ierland en Groot-Brittannië
- Stokmaat
- Ongeveer 1,35 tot 1,70 m
- Stamboek
- NSvT (tinker), ICS (Irish Cob)
- Geschikt voor
- Recreatie, mennen, buitenritten
Wat is een tinker?
De tinker is een stevig gebouwd paard met een rustige uitstraling, veel behang aan de onderbenen (in tinkerkringen 'sok' genoemd) en volle manen en staart. De meeste tinkers zijn bont, dus wit met zwart of wit met bruin, maar egale kleuren komen ook voor. Het NSvT staat alle kleuren toe. De stokmaat varieert sterk, van ongeveer 1,35 tot 1,70 meter, afhankelijk van het type.
Wat de tinker bijzonder maakt, is zijn herkomst. Het ras is niet op een fokstation ontstaan, maar bij reizigersfamilies in Ierland en Groot-Brittannië die een sterk en betrouwbaar paard nodig hadden om hun woonwagen te trekken. Dat verklaart de combinatie van trekkracht, een nuchter karakter en een opvallend uiterlijk.
Tinker, Gypsy Cob, Irish Cob of Gypsy Vanner?
Rond dit paard circuleren veel namen, en ze betekenen niet overal hetzelfde:
- Tinker: de gangbare naam in Nederland en in veel Europese stamboeken. Het woord verwijst naar rondtrekkende ketellappers en werd vroeger als weinig vleiende benaming voor reizigers gebruikt.
- Gypsy Cob: een veelgebruikte Engelstalige naam, verwijzend naar de Britse Romanichal-reizigers die het paard fokten.
- Irish Cob: de naam van het Ierse type. In Nederland is de Irish Cob door RVO als apart ras erkend, met een eigen stamboek en een Iers moederstamboek.
- Gypsy Vanner: een naam uit de Verenigde Staten. De Gypsy Vanner Horse Society werd in 1996 opgericht als eerste stamboek voor dit type paard; 'vanner' is een Engelse term voor een licht trekpaard voor een wagen.
Het gaat om verwante paarden met dezelfde oorsprong, maar met verschillende stamboeken en fokdoelen. Kijk bij aankoop daarom niet naar de naam in de advertentie, maar naar het stamboek en de papieren.
Herkomst en geschiedenis
De tinker is ontstaan bij de reizigersgemeenschappen van Groot-Brittannië en Ierland. Na de Tweede Wereldoorlog werd gerichter gefokt: om meer been en behang te krijgen, werd onder meer bloed van Shires, Clydesdales, Dales pony's en Welsh Cobs ingezet. Lange tijd bestond er geen stamboek; het eerste verscheen pas in 1996, in de Verenigde Staten.
In Nederland werd in oktober 1999 het Nederlands Stamboek voor Tinkers opgericht, dat sinds maart 2000 Europees moederstamboek voor de tinker is. Eind 2000 volgde de Irish Cob Society Nederland, die namens de Ierse moederorganisatie keuringen voor Irish Cobs organiseert. Beide zijn door RVO erkend, elk voor een eigen ras: het NSvT voor de tinker, het ICS voor de Irish Cob.
Stamboeken in Nederland: NSvT en ICS
Het NSvT is het enige door RVO erkende stamboek voor het ras tinker in Nederland. Het is een open stamboek: elk paard dat volgens de jury op een exterieurkeuring aan de rasstandaard voldoet, kan worden opgenomen. Sinds 2004 wordt elke tinker op de keuring eerst in een type ingedeeld en beoordeeld op hoe goed hij dat type benadert:
- Grai: het lichtste en meest verfijnde, sportieve type, met voldoende behang.
- Modern Cob: compact en robuust, met veel sok, staart en manen.
- Traditional Cob: zeer robuust, met zeer veel sok en zwaar beenwerk.
- Vanner: robuust, groot en stevig, met veel sok, staart en manen.
De Irish Cob Society Nederland (ICS) registreert de Irish Cob volgens de Ierse rasstandaard: compact, krachtig en stevig gebouwd, met een rustige en gewillige aard en een maximale stokmaat van 1,70 meter. Voor shows deelt het ICS de dieren in drie secties in: tot 1,48 meter, van 1,49 tot 1,53 meter en van 1,54 tot 1,70 meter. Het ICS kent eenkleurige, zwartbonte en andersbonte Irish Cobs.
Karakter en waarvoor geschikt
Tinkers worden vaak omschreven als rustig, slim, betrouwbaar en vriendelijk, en het ICS noemt een rustige en gewillige aard een raskenmerk. Dat maakt ze geschikt als recreatiepaard voor buitenritten, als menpaard en voor ruiters die een nuchter karakter belangrijker vinden dan sportieve topprestaties. In de dressuur en bij het springen op basisniveau zie je ze ook, net als voor de wagen in de mensport.
Rustig betekent niet dat een tinker geen opleiding nodig heeft. Een krachtig, zwaar gebouwd paard dat heeft geleerd dat het zijn eigen gang kan gaan, is lastig bij te sturen. Een goede basisopleiding, duidelijke hulpen en regelmatig grondwerk houden het plezierig. Een lichte grai past bovendien bij een ander soort ruiter dan een zware traditional cob: kijk naar het type, niet alleen naar het ras.
Gezondheid en voeding: behang, gewicht en spieren
Behang en huid. Onder de lange haren aan de onderbenen blijven vocht en vuil hangen, en daar voelen mijten (Chorioptes) zich thuis. Bij zwaardere rassen met veel behang, waaronder de tinker, komt chronisch progressief lymfoedeem (CPL) voor: de onderbenen worden dikker, met plooien, korsten en woekeringen. Volgens dierenartsen van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht speelt erfelijke aanleg een belangrijke rol, herstelt de aandoening niet en is ze alleen met intensieve dagelijkse zorg soms onder controle te houden. Zij noemen scheren, schoonhouden, infecties bestrijden en veel beweging als pijlers van dat management. Ze wijzen er ook op dat de aandoening mogelijk vaker voorkomt nu paarden meer op stal staan, en dat de selectie op 'mooie' brede onderbenen het vóórkomen in sommige rassen in de hand kan hebben gewerkt. Vroeg ontdekken maakt dus verschil. Poets het behang regelmatig uit, controleer de huid eronder en let op stampen of schuren met de benen.
Gewicht. De Universiteitskliniek voor Paarden noemt de tinker bij de rassen die gevoelig zijn voor het equine metabool syndroom (EMS). Zulke paarden zijn gemaakt om op weinig voer te werken en worden bij rijk gras en krachtvoer snel te dik, met een groter risico op hoefbevangenheid. Voer vooral ruwvoer, beperk rijk gras en zorg voor dagelijkse beweging. Meer daarover lees je in onze gids over voeding.
Spieren. Het NSvT test op PSSM1, een erfelijke spieraandoening die samenhangt met de suikeropslag in de spieren. Sinds 2018 moeten hengsten die ter keuring komen vrij zijn van de aanleg (N/N) om goedgekeurd te kunnen worden, en worden merries en veulens getest bij opname of keuring, tenzij beide ouders al vrij zijn getest. Vraag bij aankoop naar de testuitslag.
