Kort antwoord
Een KWPN-paard is een Nederlands warmbloedpaard dat is ingeschreven bij het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland. Het stamboek fokt in vier richtingen: dressuurpaarden, springpaarden, tuigpaarden en Gelderse paarden. De meeste KWPN-rijpaarden zijn sportieve paarden van grofweg 1,60 tot 1,70 meter, gefokt op prestatievermogen, lang gebruik en een mensvriendelijk karakter.
- Herkomst
- Nederland (Gelderse en Groninger basis)
- Stokmaat
- Meestal ongeveer 1,60 tot 1,70 m
- Stamboek
- KWPN
- Geschikt voor
- Dressuur, springen, eventing, mennen
Wat is een KWPN-paard?
KWPN staat voor Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland. Strikt genomen is een KWPN-paard dus een paard dat bij dit stamboek is ingeschreven, en geen ras met een vast uiterlijk. Het KWPN werkt met een open stamboek: ook bloed uit andere stamboeken mag onder voorwaarden worden ingezet. Daardoor zijn KWPN-paarden minder uniform dan paarden uit een gesloten stamboek, zoals het Fries paard.
Het algemene fokdoel is helder: een paard dat op het hoogste niveau kan presteren, met een constitutie die langdurig gebruik ondersteunt, een karakter dat de wil en het vermogen tot presteren versterkt en mensvriendelijk is, en een functioneel exterieur met een correct bewegingsmechanisme. Binnen dat doel kent het KWPN vier fokrichtingen:
- Dressuurpaard: langgelijnd en hoogbenig, met een opwaarts gerichte romp en zuivere, soepele gangen met afdruk en balans.
- Springpaard: springt vlug en met kracht van de grond, met de schoft omhoog en een ronde bascule (de boogbeweging van hals en rug over de sprong).
- Tuigpaard: een showpaard voor de aangespannen tuigpaardenrubriek, met explosieve kracht, een fiere oprichting en een hoge knieactie.
- Gelders paard: een veelzijdig rij- en menpaard met meer massa en been, en een betrouwbaar, willig en opgewekt karakter.
Herkomst en geschiedenis
De wortels liggen in de Nederlandse landbouw. In het noorden fokte men het zwaardere Groninger paard, in de rest van het land het lichtere Gelderse paard. Beide waren gebruikspaarden, sterk genoeg voor het land en bruikbaar voor de wagen. Al in 1887 begon de geregistreerde fokkerij: vrijwel alle geboren veulens werden vanaf dat moment in stamboeken vastgelegd.
Na de Tweede Wereldoorlog nam de trekker het werk op het land over en veranderde de vraag. Fokkers zochten een lichter, atletischer rijpaard en gebruikten daarvoor onder meer Engelse volbloeden en rijpaarden uit Duitsland en Frankrijk. In 1970 fuseerden de twee overgebleven stamboekverenigingen, het NWP in het noorden en de VLN in de rest van het land, tot het Warmbloed Paardenstamboek in Nederland. Ter gelegenheid van honderd jaar geregistreerde warmbloedfokkerij kreeg het stamboek in 1988 het predicaat Koninklijk. Sinds 2006 werkt het KWPN met de vier fokrichtingen die je hierboven ziet.
Het stamboek: keuringen en gezondheidsgegevens
RVO erkent het KWPN als stamboek voor drie rassen: het KWPN-rijpaard, het KWPN-tuigpaard en het KWPN Gelders paard. Het stamboek registreert de afstamming, keurt merries en hengsten en publiceert fokwaarden. Hengsten doorlopen een strenge selectie voordat ze mogen dekken, en merries kunnen via keuringen en verrichtingsonderzoeken predicaten verdienen.
Voor jou als koper zijn vooral de gezondheidsgegevens interessant. Het KWPN werkt met een genoomfokwaarde voor osteochondrose (D-OC), gebaseerd op DNA-onderzoek. Die waarde zegt iets over wat een paard vererft, niet over de gewrichten van het paard zelf. Spring- en dressuurhengsten moeten voor goedkeuring een minimale D-OC-waarde halen. Daarnaast worden alle actieve goedgekeurde hengsten getest op WFFS (Warmblood Fragile Foal Syndrome), een erfelijke bindweefselafwijking. Een veulen is alleen aangedaan als het de afwijking van zowel de hengst als de merrie erft; een drager met één kopie is zelf niet ziek. Of een hengst drager is, staat openbaar in de database van het stamboek, zodat fokkers een veilige combinatie kunnen kiezen.
Uiterlijk en stokmaat
Een vaste stokmaat schrijft het KWPN niet voor. In de praktijk meten de meeste rijpaarden ongeveer 1,60 tot 1,70 meter bij de schoft, al komen kleinere en duidelijk grotere paarden voor. Alle vachtkleuren zijn toegestaan.
Omdat het stamboek selecteert op functie, verschilt het type per fokrichting. Dressuur- en springpaarden zijn allebei langgelijnd en evenredig gebouwd; het dressuurpaard heeft een meer opwaarts gerichte romp en een lichte hoofd-halsverbinding, het springpaard een meer horizontaal gerichte romp. Het tuigpaard valt op door zijn fiere, opgerichte houding en spectaculaire draf, met een lang zweefmoment, een ruim uitgrijpend voorbeen met hoge knieactie en een krachtig onderbrengend achterbeen. Het Gelders paard heeft een rijke voorhand, voldoende been en massa en ruime, vierkante gangen met kracht vanuit de achterhand. Zie dit als globale lijnen: binnen elke richting verschilt het per paard.
Kijk je naar een advertentie, dan zie je vaak de vader en de moedersvader genoemd, samen met predicaten van de moeder. Die zeggen iets over de fokkerij, maar niets over hoe dit specifieke paard is opgeleid of hoe het zich gedraagt. Een proefrit en een gesprek over de voorgeschiedenis vertellen je daarover veel meer.
Karakter en waarvoor geschikt
Het fokdoel vraagt om een meewerkend, ijverig en eerlijk paard met de wil om te presteren; voor het springpaard komt daar moed bij. In de praktijk betekent dat vaak een paard met veel energie en een snelle reactie op hulpen. Voor een ruiter die precies weet wat hij vraagt is dat fijn, maar een beginnende ruiter kan zo'n paard onbedoeld verwarren of overvragen. Een jong KWPN-paard met veel beweging is daarom zelden een goed eerste paard. Een ouder, goed gereden paard met ervaring in de basissport kan dat wel zijn.
Het KWPN-rijpaard is gemaakt voor dressuur, springen en eventing, maar lang niet elk paard is voor de topsport bestemd. Veel KWPN-paarden lopen in de basissport of als recreatiepaard. Het tuigpaard zie je vooral in de aangespannen tuigpaardenrubriek, en het Gelders paard is een veelzijdige keuze voor mennen en rijden. Beoordeel altijd het individuele paard tijdens een proefrit, liefst samen met je instructeur.
Gezondheid en voeding: waar let je op?
Osteochondrose (OC, of OCD als er losse botfragmenten in het gewricht zitten) is een ontwikkelingsstoornis van het gewricht die ontstaat bij jonge paarden. Volgens de Universiteitskliniek voor Paarden in Utrecht spelen erfelijke aanleg, te zwaar voeren met makkelijk verteerbare koolhydraten, snelle groei en te weinig (of juist te hevige) beweging als veulen allemaal een rol. Je ziet het soms als overvulling van gewrichten, in de sprong 'bolspat' genoemd, soms als kreupelheid, en soms alleen als los fragment op een röntgenfoto bij een keuring. Vraag bij de aankoop van een paard daarom naar röntgenfoto's, en overleg met je dierenarts welke opnamen zinvol zijn.
Warmbloeden horen niet bij de sobere rassen die de Universiteitskliniek als voorbeeld noemt bij het equine metabool syndroom (EMS), maar ook hier geldt: voer naar werk en conditie. Een sportpaard dat dagelijks traint heeft meer energie nodig dan een paard dat twee keer per week een buitenrit loopt. De basis is voldoende ruwvoer; krachtvoer is een aanvulling op wat het ruwvoer niet levert. Meer daarover lees je in onze gids over voeding.
