Kort antwoord
Bij endurance leg je met je paard een gemarkeerde route af, bij de KNHS van ongeveer 12 tot 160 kilometer. Een wedstrijddierenarts keurt het paard voor, tijdens en na de rit op onder meer hartslag, ademhaling en beweging. Beginnen doe je in de impulsrubriek of klasse I, over afstanden tot 40 kilometer.
- Instap
- impulsrubriek, 12 tot 40 km
- Hartslag bij keuring
- 64 slagen per minuut of lager
- Minimumleeftijd ruiter
- 7 jaar
- Minimumleeftijd paard
- 4 jaar (impuls en klasse I)
Wat is endurance?
Endurance is de afstandssport binnen de paardensport. Je rijdt met je paard een gemarkeerde route, of een route op GPS, door wisselend terrein. De KNHS omschrijft een endurancewedstrijd als een wedstrijd waarin de snelheid en de marathoncapaciteiten van een paard onder het zadel worden getest, waarbij het paard steeds fit moet zijn om door te gaan.
Dat laatste is de kern van de sport. In het reglement heet het 'fit to continue': het paard is in staat om in goede gezondheid verder te gaan. Een wedstrijddierenarts controleert dat bij de voorkeuring, onderweg in de vetgates en na de finish. Wie als eerste binnenkomt maar een paard heeft dat niet door de keuring komt, wordt uitgesloten.
Er bestaat ook een variant met paard en wagen: mendurance. Daarin gelden dezelfde principes, maar test je het uithoudingsvermogen van een paard voor het rijtuig.
Hoe werken de veterinaire keuringen?
De veterinaire keuring, vaak vetcheck genoemd, onderscheidt endurance van een gewone lange rit. Volgens het KNHS-reglement controleert de wedstrijddierenarts ten minste de hartslag, de ademhaling, de slijmvliezen en de capillaire vullingstijd (hoe snel de kleur terugkomt na even drukken op het tandvlees), de huidturgor (een maat voor uitdroging), de darmgeluiden, de spiertonus, rug en schoft, wonden en drukplekken, de mondhoeken, hoeven en beslag, de beweging in draf en de algehele indruk.
De hartslag is het eerste criterium. In de langere klassen (II, III en IV) meld je je paard onderweg in een vetgate. De hartslag moet dan 64 slagen per minuut of lager zijn. Je hebt daarvoor 20 minuten en twee pogingen; lukt het de tweede keer niet, dan volgt uitsluiting. Zodra de hartslag laag genoeg is, stopt je rijtijd en begint de verplichte rusttijd, standaard 40 minuten. In de impulsrubriek en klasse I is er geen vetgate onderweg, maar wordt de hartslag binnen 10 minuten na de finish gemeten, met dezelfde grens van 64.
Na afloop volgt een nakeuring, 30 minuten na het stoppen van je rijtijd. Ook dan moet de hartslag op 64 of lager zitten. Pas als de dierenarts heeft getekend op de veterinaire kaart, mag je paard het terrein verlaten.
Waarom zo streng? Een hartslag die na inspanning snel daalt, laat zien dat een paard goed herstelt. Blijft de hartslag hoog, dan kan dat wijzen op vermoeidheid, uitdroging, pijn of een stofwisselingsprobleem. Afkeuring om metabole redenen leidt volgens het reglement altijd tot diskwalificatie.
Klassen, afstanden en eisen
Bij de KNHS zijn de eendaagse wedstrijden ingedeeld naar afstand. Voor elke klasse geldt een minimumleeftijd voor het paard:
| Klasse | Afstand | Minimumleeftijd paard |
|---|---|---|
| Impulsrubriek | 12 tot 40 km | 4 jaar |
| Klasse I | 20 tot 40 km | 4 jaar |
| Klasse II | 40 tot 80 km | 5 jaar |
| Klasse III | 80 tot 120 km | 6 jaar |
| Klasse IV | 120 km of meer | 7 jaar, vanaf 140 km 8 jaar |
Daarnaast zijn er meerdaagse wedstrijden, met een dagafstand van maximaal 100 kilometer. Internationale wedstrijden in Nederland worden verreden volgens de regels van de FEI.
Voor de ruiter geldt een minimumleeftijd van 7 jaar, en voor klasse III en IV van 12 jaar. Tot 1 januari van het jaar waarin je 14 wordt, rijd je onder begeleiding van een meerijdende deelnemer van minimaal 18. Voor de impulsrubriek is een KNHS-lidmaatschap voldoende. Voor klasse I en hoger heb je een startlicentie endurance, een startpas met je paard en een lidmaatschap van de KNHS Endurancevereniging nodig.
In de impulsrubriek rijd je met een gemiddelde snelheid tussen 8 en 12 kilometer per uur. Winnen doe je niet door het hardst te rijden. De uitslag wordt eerst bepaald door of de hartslag bij de eerste meting na de finish al op 64 of lager zit, daarna door de hersteltijd en pas dan door hoe dicht je bij de ideale snelheid van 12 kilometer per uur zat. Zo beloont het reglement een goed voorbereid paard boven een snel paard.
Conditie opbouwen voor endurance
Elk gezond paard met een goede basisconditie kan beginnen met endurancetraining. Het draait om uithoudingsvermogen, niet om snelheid, en om rust in plaats van felheid. Een paard dat ontspannen in een gelijkmatig tempo doorloopt, gaat zuiniger met zijn energie om dan een paard dat de hele rit gespannen is.
Bouw de afstand geleidelijk op. Begin met ritten die je paard makkelijk aankan en verleng ze stap voor stap. Let bij elke training op signalen van vermoeidheid en ga liever een keer te kort dan te lang. Ook het reglement dwingt geduld af: tussen je eerste geklasseerde wedstrijd in klasse I en je eerste wedstrijd in klasse IV moet minimaal 18 maanden zitten.
Meet de hartslag tijdens de training. Met een hartslagmeter zie je hoe hard je paard werkt en, belangrijker, hoe snel het na een inspanning weer tot rust komt. Dat herstel is precies wat de dierenarts op de wedstrijd controleert. Oefen thuis ook het voorbrengen: laat je paard aan de hand draven en laat onbekenden het aanraken, zodat het bij de keuring rustig blijft.
Let ten slotte op drinken en voeding. Uitdroging is bij endurance een groot risico, ook op kortere afstanden. Leer je paard onderweg te drinken als er water is, en bespreek voeding en eventuele elektrolyten voor lange ritten met je dierenarts. Meer over een goed voerschema lees je op onze pagina over voeding.
Hoe begin je met endurance?
Endurance sluit goed aan bij ruiters die graag lange buitenritten maken. De impulsrubriek is bedoeld om kennis te maken met de sport. Je rijdt een kortere afstand, met een maximale gemiddelde snelheid van 12 kilometer per uur, en je hebt geen startlicentie nodig.
Voor je eerste wedstrijd heb je geen speciale kleding nodig. Het reglement vraagt een broek die je hele been bedekt, een shirt met mouw en een goedgekeurde veiligheidscap. Kies een zadel en schoeisel waarin jij en je paard urenlang comfortabel zitten; drukplekken worden bij de keuring gecontroleerd. Een betrouwbaar horloge of een app om je snelheid te bewaken is handig.
Train bij voorkeur samen met iemand die al ervaring heeft. Via de KNHS Endurancevereniging kom je in contact met andere ruiters, en de KNHS publiceert de wedstrijdkalender online. Zoek je een stal of manege die buitenritten of endurance aanbiedt? Kijk bij maneges met endurance in je regio.
